Crisis der jeugd// dr. H. Bouwman Crisis der middenorthodoxie dr. H Berkhof
In "crisis der jeugd" behandelt Bouwman de beginperiode van de afgescheiden kerken 1836-1854 en gaat in het bijzonder in op wat bekend staat als de Amsterdamse twist. In deze twist ging het over de kerkorde. Scholte wilde van vereniging die leefden bij De Cock en Van Velzen niet weten waarbij synodale besluiten beslissend zouden zijn. De Cock rekende zij die gedoopt waren maar nog geen belijdenis hebben gedaan toch tot de gelovigen, deze praktijk kwam hij tegen in het noorden. Zij waren dus gelovigen in algemene zin en mochten hun kinderen laten dopen. Scholte stelde dat alleen zij gelovig zijn die belijdenis hebben gedaan De Cock beschuldigde Scholte van Labadisme. Dat was niet geheel terecht maar Scholte neigde er wel naar.
In "Crisis der middenorthodoxie" behandelt Berkhof de staat van de Hervormde kerk. Die bestaat uit drie richtingen, vrijzinnig, middenorthodox en orthodox. Vooral de middenorthodoxie bevond zich in een crisis. De vrijzinnigen waren al afgedwaald maar de middenorthodoxie was nog te redden. Berkhof beschrijft de zwakte van de middenorthodoxie. De drievoudige functie van de wet die bij Calvijn centraal stond, ter ontdekking, als regel van de dankbaarheid en als regel voor de maatschappij brachten zij niet in praktijk. Het was vooral het evangelie wat klonk. Berkhof merkt op: "De aandacht voor de enkeling staat in de kwade reuk van het piëtisme. Maar de kerk kan struikgewas worden waar achter wij ons verschuilen, om niet naakt en eenzaam voor God te staan. Kierkegaard 's kritiek op de kerk (struikgewas) en zijn appél op de enkeling hebben ons heel wat te zeggen. Angst is een slechte raadgever. Wij vermijden het om over de hel te spreken. Je mag de mensen immers niet bang maken. We vergeten dat Jezus in zijn gelijkenissen de mensen wel bang maakte. Hoe zullen wij ontvlieden indien wij op zo grote zaligheid geen acht geven? De goede prediking dringt ons in de hoek, waarin wij niet langer vrijblijvend kunnen toekijken (...) de preken zijn weliswaar actueel en eigentijds. De nood van de wereld komt aan de orde maar de nood van de ziel komt niet aan de orde. De gemeenteleden moeten maar zelf de toepassing maken. De preken zijn niet indringend (de aanklacht van de wet) en vervolgens aandringend (het evangelie als enige redding).
In "crisis der jeugd" behandelt Bouwman de beginperiode van de afgescheiden kerken 1836-1854 en gaat in het bijzonder in op wat bekend staat als de Amsterdamse twist. In deze twist ging het over de kerkorde. Scholte wilde van vereniging die leefden bij De Cock en Van Velzen niet weten waarbij synodale besluiten beslissend zouden zijn. De Cock rekende zij die gedoopt waren maar nog geen belijdenis hebben gedaan toch tot de gelovigen, deze praktijk kwam hij tegen in het noorden. Zij waren dus gelovigen in algemene zin en mochten hun kinderen laten dopen. Scholte stelde dat alleen zij gelovig zijn die belijdenis hebben gedaan De Cock beschuldigde Scholte van Labadisme. Dat was niet geheel terecht maar Scholte neigde er wel naar.
In "Crisis der middenorthodoxie" behandelt Berkhof de staat van de Hervormde kerk. Die bestaat uit drie richtingen, vrijzinnig, middenorthodox en orthodox. Vooral de middenorthodoxie bevond zich in een crisis. De vrijzinnigen waren al afgedwaald maar de middenorthodoxie was nog te redden. Berkhof beschrijft de zwakte van de middenorthodoxie. De drievoudige functie van de wet die bij Calvijn centraal stond, ter ontdekking, als regel van de dankbaarheid en als regel voor de maatschappij brachten zij niet in praktijk. Het was vooral het evangelie wat klonk. Berkhof merkt op: "De aandacht voor de enkeling staat in de kwade reuk van het piëtisme. Maar de kerk kan struikgewas worden waar achter wij ons verschuilen, om niet naakt en eenzaam voor God te staan. Kierkegaard 's kritiek op de kerk (struikgewas) en zijn appél op de enkeling hebben ons heel wat te zeggen. Angst is een slechte raadgever. Wij vermijden het om over de hel te spreken. Je mag de mensen immers niet bang maken. We vergeten dat Jezus in zijn gelijkenissen de mensen wel bang maakte. Hoe zullen wij ontvlieden indien wij op zo grote zaligheid geen acht geven? De goede prediking dringt ons in de hoek, waarin wij niet langer vrijblijvend kunnen toekijken (...) de preken zijn weliswaar actueel en eigentijds. De nood van de wereld komt aan de orde maar de nood van de ziel komt niet aan de orde. De gemeenteleden moeten maar zelf de toepassing maken. De preken zijn niet indringend (de aanklacht van de wet) en vervolgens aandringend (het evangelie als enige redding).