Dr. W. Aalders en de verdediging van het christelijk geloof
Lezing van Bart Jan Spruyt
Aalders is geboren in 1909 en overleden in 2005. Hij was een criticaster van de tijdgeest. Hij zag Groen van Prinsterer als zijn inspiratiebron. Die zei dat je moet weten waar de fronten liggen en daar moet je zijn en je geloof belijden. Je kunt ook strijden aan het verkeerde front en dan krijgt de vijand een kans dankzij jou. Aalders zelf zag het front liggen bij de verwereldlijking van kerk. De kerk werd steeds horizontaler en ideologischer. De kerk was behept met de maakbaarheidsgedachte van de Verlichting.
Door zijn tante Ida uit Amsterdam was hij in aanraking gekomen met Kohlbrugge. Later zou hij Ecclesia oprichten, een groepering rondom het denken van Kohlbrugge. Daar hield hij zijn kritische lezingen over het verval van de kerk. Hoewel zijn vader predikant was van de Gereformeerde kerken werd hij Hervormd. Hij zag reeds de teloorgaan van de Gereformeerde kerken (1926 Assen, de kwestie Geelkerken). Aalders werd wetenschappelijk geïnspireerd door de Utrechtse hoogleraar Maarten van Rhijn. Die had eens een uur college gegeven over de waarde van het gebed voor een dienaar van het Woord. Zoiets was uniek. Ook mocht hij eens in zijn boekenkast snuffelen. Maarten zei: ik ga college geven. Kijk jij maar eens in mijn boekenkast. Zo werd bij Aalders zijn wetenschappelijke interesse gewekt. Hij promoveerde bij Maarten van Rhijn op Blaise Pascal en diens verdediging (apologie) van het christelijke geloof.
Dit alles maakte Aalders kritisch naar zijn tijd. Een tijd waarin de kerk aan de weg timmerde en maatschappelijk bezig was. Wat hij vooral tegen had op deze maatschappelijke activiteiten van de kerk was, dat deze te oppervlakkig waren en te optimistisch en geheel niet tot de hoofdtaak van de kerk behoren. Bij Augustinus, Luther, Kohlbrugge en Groen van Prinsterer stond Christus en de ziel centraal. En de mens is volgens hen steil en diep afhankelijk van Gods genade. Zij hadden geen hoge gedachte van de menselijke prestaties. Het ging hen om de theocratie. God regeert door genade over zijn volk en vandaaruit kun je natuurlijk mooie dingen doen in de wereld. En elkaar tot een hand en voet zijn. Maar je bent geen maatschappelijke organisatie. Wordt je dat toch dan ben je binnen de kortste keren overbodig want zulke organisaties zijn er meer en wat voegt de kerk dan toe als de rust van de ziel en het venster op de hemel geen aandacht meer krijgen? Niets toch?!
De (Hervormde) kerk was, volgens Aalders meer behept met een vooruitgangsdenken. De mens was toch nog (een beetje) bekwaam tot enig goed omdat hij of niet geheel dood was door zonde en misdaden volgens sommige theologen of omdat de mens aangeraakt door Gods genade een nieuwe mens werd (Da Costa) die dan in deze wereld aan het werk kan gaan (opereren) samen (co) met God (coöperatie, samenwerken). Kohlbrugge had het anders geleerd volgens Aalders en die had Da Costa zeer correct bestreden. Kohlbrugge stelde namelijk dat de Nieuwe Mens Jezus is. De gelovige blijft van zichzelf vleselijk. Dat is: 'verkocht onder de zonde' (Romeinen 7,14). 'Onder' wil zeggen dat de zonde hem totaal de baas is ook na ontvangen genade. Dus is de wedergeboren mens geheel aangewezen op Gods genade in Christus. Dat maakt dat elke menselijke prestatie ondermaats is en dus moet je bescheiden zijn. Steeds moet er gevraagd worden: wat wilt U wat ik doen zal? Steeds is daar God genade nodig. Dat maakt bescheiden. Jezus zei tegen zijn discipelen: "zonder Mij kun je niets doen".
De kerk verwereldlijkte overigens niet alleen door de geest van de Verlichting maar ook doordat ze Karl Barth introduceerde. Deze theoloog stelde dat alles door Christus is hersteld. De wereld is reeds verlost maar moet alleen nog op de hoogte gebracht worden. Prediking is dus prediking van alleen het evangelie. Waar de Reformatie sprak van de ontdekkende werking van de wet om de mens te vernederen en klein te maken om daarna te spreken over het evangelie waardoor de mens door genade weer opgericht wordt, sprak Barth en zijn volgelingen meteen van het evangelie. En als je weet bevrijd te zijn dan kun je daarna ook die wet houden (dus niet wet en evangelie maar evangelie en wet) en God dienen in deze maatschappij. Die visie vond Aalders te optimistisch en vooral bezijden de Bijbelse (gereformeerde) waarheid.
Ook ontstond er een marxistische bevrijdingstheologie uit deze pijlkoker van Barth. De wereld is als verlost door Christus volgens Barth en de mensen die dat weten moeten andere mensen bevrijden uit maatschappelijk onrecht en onderdrukking. Aalders zag dit als een groot gevaar want zo wordt de kerk een maatschappelijke organisatie. Dat is niet de taak van de kerk en het is ook nogal onbescheiden om te menen dat je alles kunt veranderen. Het kwaad zit dieper... Bekering is nodig. Daar moet de kerk op blijven wijzen.
De titels van de 30 boeken die Aalders schreef hebben vaak titels waarin je zijn kritische visie op de vervlakking kerk herkent zoals: De grote ontsporing. Een boek over de moderne theologie die veel te horizontaal is volgens Aalders. De verticale lijn, Christus en de ziel is bij hen vervangen door Christus en de wereld. Of deze titel: In verzet tegen de tijd. Die titel spreekt voor zich. Maar ook: Burger van twee werelden. Dat boek is goed leesbaar. In dat boek wijst hij erop dat een christen burger is van twee werelden. Allereerst door natuurlijke geboorte is hij burger van deze (oude) wereld en door wedergeboorte is hij reeds burger van de nieuwe wereld. Veel aandacht besteedt Aalders in dit boek aan de nieuwe wereld. Een goed christen richt zich met verlangen op die nieuwe wereld waarin God alles is en in allen.
Bart Jan las voor uit Theocratie en ideologie. Dit is een boek over de visie van mr. Guillaume Groen van Prinsterer. Theocratie is de visie waarin God en diens genade centraal staan. Ideologie is de visie waarin het maakbaarheidsdenken van de (moderne van God vervreemde) mens de kern is. Dat ontaardt vroeg of laat volgens Groen van Prinsterer. Het neutraliteitsbeginsel van de overheid dat ingevoerd werd in de grondwetswijziging van 1848 door Thorbecke zag Groen als een gevaar. Heel makkelijk komt daar een menselijke ideologie, waarbij Gods Woord het onderspit moet delven, voor in de plaats omdat neutraliteit niet bestaat.
Aalders zag dus de verwereldlijking van de kerk als het front in zijn dagen. Hij was bang dat de kerk aan de kern voorbij zou gaan namelijk: hoe word ik als zondaar met een heilig God verzoend? De hervormde ds. G Boer had dezelfde discussie gevoerd met prof. H. Berkhof. Die zei dat mensen twijfelden aan het bestaan van God en dus moet de kerk vooral die vraag beantwoorden. Boer stelde dat die vraag aan de orde mag komen maar dat het daar niet mag stoppen. De vraag van Luther en Psalm 130 blijft gelden: Kan ik bestaan voor God? Dat kan alleen door de verzoening. Ds. G. Boer nodigde ooit Aalders uit om te preken in zijn gemeente in Katwijk. Boer herkende zich in hem. Boer zei tegen zijn gemeente: Aalders noemt Jezus Heer en niet Heere maar hij bedoelt hetzelfde.
Lezing van Bart Jan Spruyt
Aalders is geboren in 1909 en overleden in 2005. Hij was een criticaster van de tijdgeest. Hij zag Groen van Prinsterer als zijn inspiratiebron. Die zei dat je moet weten waar de fronten liggen en daar moet je zijn en je geloof belijden. Je kunt ook strijden aan het verkeerde front en dan krijgt de vijand een kans dankzij jou. Aalders zelf zag het front liggen bij de verwereldlijking van kerk. De kerk werd steeds horizontaler en ideologischer. De kerk was behept met de maakbaarheidsgedachte van de Verlichting.
Door zijn tante Ida uit Amsterdam was hij in aanraking gekomen met Kohlbrugge. Later zou hij Ecclesia oprichten, een groepering rondom het denken van Kohlbrugge. Daar hield hij zijn kritische lezingen over het verval van de kerk. Hoewel zijn vader predikant was van de Gereformeerde kerken werd hij Hervormd. Hij zag reeds de teloorgaan van de Gereformeerde kerken (1926 Assen, de kwestie Geelkerken). Aalders werd wetenschappelijk geïnspireerd door de Utrechtse hoogleraar Maarten van Rhijn. Die had eens een uur college gegeven over de waarde van het gebed voor een dienaar van het Woord. Zoiets was uniek. Ook mocht hij eens in zijn boekenkast snuffelen. Maarten zei: ik ga college geven. Kijk jij maar eens in mijn boekenkast. Zo werd bij Aalders zijn wetenschappelijke interesse gewekt. Hij promoveerde bij Maarten van Rhijn op Blaise Pascal en diens verdediging (apologie) van het christelijke geloof.
Dit alles maakte Aalders kritisch naar zijn tijd. Een tijd waarin de kerk aan de weg timmerde en maatschappelijk bezig was. Wat hij vooral tegen had op deze maatschappelijke activiteiten van de kerk was, dat deze te oppervlakkig waren en te optimistisch en geheel niet tot de hoofdtaak van de kerk behoren. Bij Augustinus, Luther, Kohlbrugge en Groen van Prinsterer stond Christus en de ziel centraal. En de mens is volgens hen steil en diep afhankelijk van Gods genade. Zij hadden geen hoge gedachte van de menselijke prestaties. Het ging hen om de theocratie. God regeert door genade over zijn volk en vandaaruit kun je natuurlijk mooie dingen doen in de wereld. En elkaar tot een hand en voet zijn. Maar je bent geen maatschappelijke organisatie. Wordt je dat toch dan ben je binnen de kortste keren overbodig want zulke organisaties zijn er meer en wat voegt de kerk dan toe als de rust van de ziel en het venster op de hemel geen aandacht meer krijgen? Niets toch?!
De (Hervormde) kerk was, volgens Aalders meer behept met een vooruitgangsdenken. De mens was toch nog (een beetje) bekwaam tot enig goed omdat hij of niet geheel dood was door zonde en misdaden volgens sommige theologen of omdat de mens aangeraakt door Gods genade een nieuwe mens werd (Da Costa) die dan in deze wereld aan het werk kan gaan (opereren) samen (co) met God (coöperatie, samenwerken). Kohlbrugge had het anders geleerd volgens Aalders en die had Da Costa zeer correct bestreden. Kohlbrugge stelde namelijk dat de Nieuwe Mens Jezus is. De gelovige blijft van zichzelf vleselijk. Dat is: 'verkocht onder de zonde' (Romeinen 7,14). 'Onder' wil zeggen dat de zonde hem totaal de baas is ook na ontvangen genade. Dus is de wedergeboren mens geheel aangewezen op Gods genade in Christus. Dat maakt dat elke menselijke prestatie ondermaats is en dus moet je bescheiden zijn. Steeds moet er gevraagd worden: wat wilt U wat ik doen zal? Steeds is daar God genade nodig. Dat maakt bescheiden. Jezus zei tegen zijn discipelen: "zonder Mij kun je niets doen".
De kerk verwereldlijkte overigens niet alleen door de geest van de Verlichting maar ook doordat ze Karl Barth introduceerde. Deze theoloog stelde dat alles door Christus is hersteld. De wereld is reeds verlost maar moet alleen nog op de hoogte gebracht worden. Prediking is dus prediking van alleen het evangelie. Waar de Reformatie sprak van de ontdekkende werking van de wet om de mens te vernederen en klein te maken om daarna te spreken over het evangelie waardoor de mens door genade weer opgericht wordt, sprak Barth en zijn volgelingen meteen van het evangelie. En als je weet bevrijd te zijn dan kun je daarna ook die wet houden (dus niet wet en evangelie maar evangelie en wet) en God dienen in deze maatschappij. Die visie vond Aalders te optimistisch en vooral bezijden de Bijbelse (gereformeerde) waarheid.
Ook ontstond er een marxistische bevrijdingstheologie uit deze pijlkoker van Barth. De wereld is als verlost door Christus volgens Barth en de mensen die dat weten moeten andere mensen bevrijden uit maatschappelijk onrecht en onderdrukking. Aalders zag dit als een groot gevaar want zo wordt de kerk een maatschappelijke organisatie. Dat is niet de taak van de kerk en het is ook nogal onbescheiden om te menen dat je alles kunt veranderen. Het kwaad zit dieper... Bekering is nodig. Daar moet de kerk op blijven wijzen.
De titels van de 30 boeken die Aalders schreef hebben vaak titels waarin je zijn kritische visie op de vervlakking kerk herkent zoals: De grote ontsporing. Een boek over de moderne theologie die veel te horizontaal is volgens Aalders. De verticale lijn, Christus en de ziel is bij hen vervangen door Christus en de wereld. Of deze titel: In verzet tegen de tijd. Die titel spreekt voor zich. Maar ook: Burger van twee werelden. Dat boek is goed leesbaar. In dat boek wijst hij erop dat een christen burger is van twee werelden. Allereerst door natuurlijke geboorte is hij burger van deze (oude) wereld en door wedergeboorte is hij reeds burger van de nieuwe wereld. Veel aandacht besteedt Aalders in dit boek aan de nieuwe wereld. Een goed christen richt zich met verlangen op die nieuwe wereld waarin God alles is en in allen.
Bart Jan las voor uit Theocratie en ideologie. Dit is een boek over de visie van mr. Guillaume Groen van Prinsterer. Theocratie is de visie waarin God en diens genade centraal staan. Ideologie is de visie waarin het maakbaarheidsdenken van de (moderne van God vervreemde) mens de kern is. Dat ontaardt vroeg of laat volgens Groen van Prinsterer. Het neutraliteitsbeginsel van de overheid dat ingevoerd werd in de grondwetswijziging van 1848 door Thorbecke zag Groen als een gevaar. Heel makkelijk komt daar een menselijke ideologie, waarbij Gods Woord het onderspit moet delven, voor in de plaats omdat neutraliteit niet bestaat.
Aalders zag dus de verwereldlijking van de kerk als het front in zijn dagen. Hij was bang dat de kerk aan de kern voorbij zou gaan namelijk: hoe word ik als zondaar met een heilig God verzoend? De hervormde ds. G Boer had dezelfde discussie gevoerd met prof. H. Berkhof. Die zei dat mensen twijfelden aan het bestaan van God en dus moet de kerk vooral die vraag beantwoorden. Boer stelde dat die vraag aan de orde mag komen maar dat het daar niet mag stoppen. De vraag van Luther en Psalm 130 blijft gelden: Kan ik bestaan voor God? Dat kan alleen door de verzoening. Ds. G. Boer nodigde ooit Aalders uit om te preken in zijn gemeente in Katwijk. Boer herkende zich in hem. Boer zei tegen zijn gemeente: Aalders noemt Jezus Heer en niet Heere maar hij bedoelt hetzelfde.