In ‘Echo’s van het goede nieuws’ werpt Cambrigde-hoogleraar Geurt Henk van Kooten nieuw licht op de Evangeliën door ze te plaatsen in hun oorspronkelijke, historische context.
Dat geeft een andere kijk op de zaak. Zo laat Van Kooten op overtuigende wijze zien hoe Jezus religie en politiek van elkaar scheidde en een innerlijke zoektocht naar waarheid opende.
Op basis van gedegen bronnenonderzoek stelt Van Kooten het Evangelie van Johannes zelfs voor als het oudste – een uitdagende visie op vertrouwde opvattingen.
Dit boek nodigt uit om de blijvende kracht van de evangelische boodschap in onze tijd te herontdekken.
Het goede nieuws
Geurt Henk van Kooten heeft een boeiend boek geschreven over de vier evangeliën in hun onderlinge samenhang en hun bijdrage aan het goede nieuws over Jezus. Jezus sloot aan bij de aloude verwachting van de Messias maar bracht ook heel veel nieuws. In dit boek spoort Geurt Henk dit goede nieuws op. Ook rekent hij af met de 19de-eeuwse visie dat Jezus pas later door zijn discipelen is gepromoveerd tot God. Geurt Henk stelt dat het Johannes' evangelie waar Jezus als God wordt beschreven vrij vroeg is geschreven. Hij meent voor de val van Jeruzalem. Zo merkt Johannes op in 5,2a: "En er is in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badwater..."'. Als Johannes na de val van Jeruzalem zou zijn geschreven zou er volgens Geurt Henk gestaan moeten hebben: "En er was in Jeruzalem bij de schaapspoort een badwater...". Maar het kan volgens D. A. Carson The gospel according to John ook gaan om een historic present. Die gebruikt Johannes vaker. De historic present stelt het verleden present, om zo het gebeurde dichtbij te halen. Voor de goede orde: Carson verdedigt ook de godheid van Jezus. Dus ook een late datering staat die visie niet in de weg.
Nieuwe opvattingen
Geurt Henk komt ook zelf met nieuwe opvattingen over het goede nieuws. Hij komt allereerst met een in bepaalde opzichten vernieuwde visie op de onderlinge samenhang van de evangeliën. Volgens hem is Johannes het oudste evangelie en het is niet geschreven door Johannes de apostel maar door een zekere Johannes de Oudste. Lukas wordt juist heel laat gedateerd, iets rond 100 na Chr. Hier volgt hij nieuwere onderzoeken. Markus levert het raamwerk voor Mattheüs en dat volgt Lukas. Dit is aannemelijk want Lukas zelf merkt op dat hij veel onderzoek heeft gedaan in zijn voorwoord (1,1-4). Dat maakt het aannemelijk dat zijn evangelie volgt op Marcus en Mattheüs. Lukas stelt in zijn voorwoord dat hij andere getuigenissen over Jezus heeft onderzocht. Op deze manier is een Q-bron, een aanvullende hypothese, overbodig geworden. Mattheüs en Lukas hebben niet geput uit een Q-bron. Lukas gebruikte Mattheüs en soms Markus. Alle aanvullende hypothesen zoals een Proto-Marcus, een Deutero-Marcus, een Q-bron zijn dus overbodig (p 196).
Ook enigszins nieuw is de opvatting van Geurt Henk dat hij Jezus steeds plaatst tegen de achtergrond van de Grieks-Romeinse wereld. Waarbij wel gezegd moet worden dat dit natuurlijk al vaker gebeurd is maar dat Geurt Henk dit zeer uitgebreid doet. Daardoor komt hij met nieuwe gezichtspunten De spannende vraag is of hij daar niet in doorslaat. Hij spreekt namelijk van een dubbele codering. Die je altijd toe kunt passen. Teksten over Jezus begrijp je pas werkelijk als je deze dubbele codering hanteert. Dan laat je de teksten uitspreken. De eerste codering is de Joodse wereld en de tweede de Grieks-Romeinse wereld. Het laatste avondmaal bijvoorbeeld heeft een Joodse code. Jezus (ver)breekt zijn lichaam als de lijdende Knecht uit Jesaja 53. Maar hij lijkt ook op de Griekse god Dionysus (de god van de wijn) die 'wordt uitgegoten in een plengoffer aan de goden' (p. 97). Zo vergiet Jezus zijn leven, dat is de tweede codering. De wijn symboliseert dat. Mijns inziens is dit wel wat ver gezocht.
Ook ver gezocht is het mijns inziens dat hij het Johannes' evangelie vergelijkt met Griekse toneelstukken en dat hij Johannes de Oudste op grond van een opvatting van het fragment van de kerkvader Papias verkiest als auteur van het Johannes' evangelie boven de apostel Johannes. De apostelen noemden zichzelf ook ouderlingen (1Petrus 5,1)! Dus die twee zouden ook gewoon kunnen samenvallen! Bovendien zegt de kerkvader Irenaeus dat hij van Polycarpus heeft vernomen dat Johannes de apostel het evangelie en Openbaring heeft geschreven. Polycarpus kende Johannes de apostel persoonlijk. Dat zijn korte lijntjes. Hier is sprake van de zogenaamde apostolische successie. De kerkvader Eusebius, die in de 4de eeuw na Chr. leefde, gebruikte vermoedelijk het Papias' fragment om het het boek Openbaring toe te schrijven aan Johannes de Oudste en niet aan de apostel Johannes om zo het gezag van Openbaring in diskrediet te brengen. Eusebius moest niets hebben van Openbaring 20, het chiliasme. Eusebius, die in de 4de eeuw na Chr. leefde, was dus hoogst vermoedelijk gekleurd. Wel is het goed om op te merken dat deze discussie wie de auteur van het evangelie van Johannes is, vrij complex is. Daar is het laatste woord nog niet over gezegd in de wetenschappelijke wereld!
Een beter verstaan
Hoe de evangeliën zijn ontstaan en de datering van deze evangeliën, wie de schrijvers waren, zal altijd wel een discussiepunt blijven. Het ontstaan van teksten, de schrijvers ervan en de onderlinge samenhang is een stokpaardje van de moderne theologen. De reformatoren echter waren vooral geïnteresseerd in het verstaan van de teksten. Wie dit boek zorgvuldig leest en het kostelijke (verstaan) van het snode (ontstaan) wenst te scheiden, komt weldegelijk aan zijn of haar trekken.
Markus bijvoorbeeld wordt beter verstaan vanuit de achtergrond van de Joode wereld. Zo waren de Joden erg ontsteld over de inname van hun land door de Romeinen door de generaal Pompeius. Deze reactie hierop vinden we terug in Psalmen van Salomo. In Psalm 17 van Salomo staat (vers 21-22): "zie het, O Heere en doe voor hen opstaan hun koning, de zoon van David, op de tijd waarvan u bepaald hebt dat hij over uw dienaar Israël zou regeren. En omgord hem met kracht opdat hij de onrechtvaardige heersers zal verpletteren. En laat hij Jeruzalem reinigen van heidenen die het erbarmelijk vertrappen". Marcus bijvoorbeeld die met name schreef voor een Romeinse lezer laat in zijn evangelie zien dat Jezus geen heersende koning is zoals beschreven wordt in Psalm 17 van Salomo maar een dienende koning (Marcus 10,45). Jezus nam het niet met het zwaard opnam tegen de Romeinse legioenen om hen te verdrijven. Integendeel Jezus dreef een legioen aan duivelen uit bij een bezetene. Jezus stichtte dus een geestelijk rijk. Daarom keerde Jezus zich niet tegen het betalen van belasting aan de Romeinen. Jezus wees op de munt die in omloop was. Daar stond het beeld van de keizer op. Aan God komt niet het geld toe maar de mens zelf die een beelddager is van God. Ook hier is weer sprake van een geestelijk rijk.
Daarnaast ging Jezus met zijn discipelen naar Caesarea Filippi waar een Herodus de Grote een tempel had laten bouwen voor Caesar (keizer) Augustus. Caesarea beteken: toegewijd aan de caesar (keizer). Op deze plaats vraagt Jezus aan zijn discipelen wie Hij is. We lezen in Marcus 8:27-30: "En Jezus vertrok met Zijn discipelen naar de dorpen van Caesarea Filippi. En onderweg stelde Hij Zijn discipelen een vraag; Hij zei tegen hen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben? En zij antwoordden: Johannes de Doper; en anderen: Elia; en weer anderen: Een van de profeten. En Hij zei tegen hen: Maar u, wie zegt u dat Ik ben? En Petrus antwoordde en zei tegen Hem: U bent de Christus. En Hij gebood hun streng dat zij met niemand over Hem zouden spreken". Meteen daarna volgen de lijdensaankondigen. Jezus is bang voor een verkeerd beeld van de Messias. Jezus is een Koning (Caesar) die dient en niet met wapens heerst zoals wel het geval is bij de caesars. Geurt Hendrik trekt die lijn door want dit is meteen een aanspring voor christenen van nu om vreedzaam te zijn. Het rijk van Jezus is vooral geestelijk van aard. Zo komt de ondertitel van dit boek, De evangeliën in context, toen en nu, tot zijn recht. Dit soort achtergronden kun je ook halen uit dit boek. Dat maakt het boek veelzijdig en bruikbaar als achtergrondinformatie.
Het boek is bestelbaar bij:
KokBoekencentrum | Echos van het goede nieuws