Het spectrum van de Nederlandse Hervormde Kerk was heel breed. De flanken van vrijzinnigen en gereformeerden zijn bekend. Maar van het brede midden, in de vooroorlogse jaren zo’n zestig procent van de kerk, is het beeld veel waziger. Dit boek gaat over een deel van dit midden, de zogeheten ethische richting. In de schijnwerper staat professor Johannes de Groot, die daarvan een prominent vertegenwoordiger was. De Groot maakte in vijftien jaar tijd snel carrière van dorpsdominee in Garrelsweer tot stadspredikant in Den Haag. In 1928 werd hij in Groningen hoogleraar Hebreeuws. Acht jaar later stapte hij over naar de Utrechtse theologische faculteit, wat hem in het hart van orthodox-hervormd Nederland bracht. Hij was niet alleen een gerespecteerd hoogleraar Oude Testament. Zoals zoveel professoren van zijn generatie was hij volop kerkelijk en maatschappelijk actief. Hij bekleedde bestuursfuncties op het gebied van onderwijs en media. Vijf keer bezocht hij Palestina, een land dat voor hem het vijfde evangelie was, maar waarvan hij de toekomst somber inzag. Regelmatig was hij op de radio te horen. Een man met een missie.
Deze biografie over Johan de Groot geeft een mooi inkijkje
in de roerige Hervormde en universitaire wereld van een eeuw geleden
Zijn plaats in de Hervormde kerk
Professor Johan de Groot (1886-1942) was een prominent vertegenwoordiger van de zogeheten ethische richting in de Nederlandse Hervormde Kerk in de vooroorlogse decennia. Van het brede midden van de ‘volkskerk’ is het beeld best wel wazig. Via deze biografie over Johan de Groot van Niels van Driel komen we er achter dat deze richting vleugels kent. De Hervormde kerk kende namelijk drie richtingen: de vrijzinnigen, de middenpartij bestaande uit de ethische richting en de confessionele richting en aan de rechterflank de gereformeerde bond. De Groot hoorde duidelijk aan de rechterflank van deze ethische richting. Er was ook een linkerkant die neigde naar de vrijzinnigheid. De Groot neigde naar de confessionele richting en was niet ver verwijderd van de gereformeerde bond. Dit blijkt uit het feit dat hij met zijn gemeenteleden in Vlissingen "De christenreis" van Bunyan behandelde en dat hij in de gemeente van Vlissingen ook preekte vanuit de Heidelbergse catechismus. Tegelijkertijd stelde hij bijvoorbeeld dat het boek Prediker niet door Salomo was geschreven maar door een anonieme schrijver in de derde eeuw voor Christus. Dit geeft aan dat hij ook enigszins openstond voor de een Schriftkritische visie op de Bijbel. De Groot nam dus een tussenpositie in.
Zijn carrière
De Groot maakte in 15 jaar tijd snel carrière van dorpsdominee in Garrelsweer tot stadspredikant in Den Haag met als tussenstation de havenstad Vlissingen in Zeeland. In 1928 werd hij in Groningen hoogleraar Hebreeuws. Daar wist hij de oude talen op de kaart te zetten maar na een tweetal bezuinigingsronde kwam daar in 1936 een einde aan. Daardoor bleef Leiden op punt van de oude talen koploper. In 1936 nam De Groot noodgedwongen afscheid van de universiteit van Groningen en stapte hij over naar de Utrechtse theologische faculteit. Zo kwam hij in het hart van orthodox-hervormd Nederland bracht al verliep ook daar zijn benoeming niet zonder problemen. Met name de vrijzinnigen kwamen in verzet.
Mannetjesputters hebben ook schaduwzijden
Het boek roept ook vragen bij mij op. Van Driel beschrijft De Groot als een mannetjesputter en duizendpoot. Hij was niet alleen een gerespecteerd hoogleraar Oude Testament. Zoals zoveel professoren van zijn generatie was hij volop kerkelijk en maatschappelijk actief. Hij bekleedde bestuursfuncties op het gebied van onderwijs en media. Vijf keer bezocht hij Palestina, een land dat voor hem het vijfde evangelie was, maar waarvan hij de toekomst somber inzag. Regelmatig was hij op de radio te horen. De Groot was een man die er voor ging. Wat hij deed, deed hij goed. Wel vraag ik mij af of hij niet teveel hooi op zich nam. Deed hij daar zijn gemeente en zijn gezin niet mee tekort? Toen er vragen rezen over predikanten In Groningen die teveel nevenactiviteiten hadden, pleitte De Groot voor vertrouwen en ruimte. Een dominee is niet alleen predikant in Groningen maar van heel de kerk, zo vond hij. Wel mag het ambtelijke werk niet lijden onder deze nevenactiviteiten. Dat is mooi gezegd maar zou dat niet meteen de reden zijn van de klachten over nevenactiviteiten? van Driel gaat daar mijns inziens wat te gemakkelijk voorbij aan de schaduwzijde van deze duizend poot en mannetjesputter.
Zijn theologische middenpositie
Omdat De Groot een middenpositie inneemt in de kerk is zijn theologische positie ook best complex. Niels van Driel beschrijft deze complexe positie (enerzijds-anderzijds positie) voortreffelijk in hoofdstuk 7 als volgt: Het Oude Testament waardeert De Groot zeer. Hij keurt de rigoureuze Schriftkritiek van Wellhausen af en lijkt moeite te hebben met diens bronnenkritiek. Mannen als Wellhausen snijden volgens De Groot de band tussen het Oude en Nieuwe Testament door. Echter een flink aantal teksten in het Oude Testament wijst, volgens hem, boven zichzelf (eigen tijd) uit en wijzen op Jezus.
De Groot vindt anderzijds wel dat de kerken vaak te makkelijk het Oude Testament lezen met het oog op het Nieuwe Testament. Zij verliezen het eigene van het Oude Testament uit het oog vanwege hun christelijke dogmatische lezing. De Groot wil zich ook niet vastpinnen op een inspiratieleer. Ook op dit punt neemt hij geen uitgesproken standpunt in. De Groot kan enerzijds zeggen dat bepaalde teksten aan het boek Jozua later zijn toegevoegd maar anderzijds vindt hij wel dat de Bijbel niet in het horizontale vlak moet worden uitgelegd. De verticale lijn, God, moet ruimschoots aan de orde komen. Dat doet de Schrift ook. Hoewel De Groot enerzijds bang is dat het christelijke dogma de Bijbel overruled, prijst hij toch de Heidelbergse catechismus aan.
Beoordeling
Dr. Niels van Driel heeft een gedegen biografie geschreven over Johan de Groot. Hij is daarbij beslist niet over een nacht ijs gegaan. Integendeel. Hij heeft alle mogelijke historische bronnen grondig onderzocht. Dat is de kracht van het boek maar hoewel het boek sprekende hoofdstuktitels heeft, is het doorgaans toch minder vlot geschreven. Van Driel is nu eenmaal geen Geert Mak. Om een vlot geschreven boek te schrijven moet je naast grondig historisch onderzoek ook een goede verteller zijn. Natuurlijk is het lastig die twee te verenigen maar als dat lukt is er mijns inziens sprake van een uitstekende biografie.
Daarnaast had Van Driel ook wel wat kritischer kunnen zijn richting Johan de Groot. Was hij geen workaholic? Hoe zou dat voor zijn vrouw geweest zijn? En hoe zouden gemeenteleden aangekeken hebben tegen al die nevenfuncties die De Groot vervulde? Was hij wellicht meer een leraar dan een herder? Markante personen hebben ook een schaduwzijde! Hoogst vermoedelijk was hij zich zeer bewust van zijn taken in het kerkelijke leven en werd hij opgeslokt door die taken.
Naast deze kanttekeningen, heeft Van Driel een prachtige biografie geschreven die het lezen waard is. Je krijgt een mooi inkijkje in de kerkelijke situatie van Hervormde kerk van destijds. Daarom: van harte aanbevolen.
ISBN 9789464551648
Prijs 39 Euro
Uitgeverij Verloren
Het boek is bestelbaar bij (klik op):
Ethisch hervormd
Deze biografie over Johan de Groot geeft een mooi inkijkje
in de roerige Hervormde en universitaire wereld van een eeuw geleden
Zijn plaats in de Hervormde kerk
Professor Johan de Groot (1886-1942) was een prominent vertegenwoordiger van de zogeheten ethische richting in de Nederlandse Hervormde Kerk in de vooroorlogse decennia. Van het brede midden van de ‘volkskerk’ is het beeld best wel wazig. Via deze biografie over Johan de Groot van Niels van Driel komen we er achter dat deze richting vleugels kent. De Hervormde kerk kende namelijk drie richtingen: de vrijzinnigen, de middenpartij bestaande uit de ethische richting en de confessionele richting en aan de rechterflank de gereformeerde bond. De Groot hoorde duidelijk aan de rechterflank van deze ethische richting. Er was ook een linkerkant die neigde naar de vrijzinnigheid. De Groot neigde naar de confessionele richting en was niet ver verwijderd van de gereformeerde bond. Dit blijkt uit het feit dat hij met zijn gemeenteleden in Vlissingen "De christenreis" van Bunyan behandelde en dat hij in de gemeente van Vlissingen ook preekte vanuit de Heidelbergse catechismus. Tegelijkertijd stelde hij bijvoorbeeld dat het boek Prediker niet door Salomo was geschreven maar door een anonieme schrijver in de derde eeuw voor Christus. Dit geeft aan dat hij ook enigszins openstond voor de een Schriftkritische visie op de Bijbel. De Groot nam dus een tussenpositie in.
Zijn carrière
De Groot maakte in 15 jaar tijd snel carrière van dorpsdominee in Garrelsweer tot stadspredikant in Den Haag met als tussenstation de havenstad Vlissingen in Zeeland. In 1928 werd hij in Groningen hoogleraar Hebreeuws. Daar wist hij de oude talen op de kaart te zetten maar na een tweetal bezuinigingsronde kwam daar in 1936 een einde aan. Daardoor bleef Leiden op punt van de oude talen koploper. In 1936 nam De Groot noodgedwongen afscheid van de universiteit van Groningen en stapte hij over naar de Utrechtse theologische faculteit. Zo kwam hij in het hart van orthodox-hervormd Nederland bracht al verliep ook daar zijn benoeming niet zonder problemen. Met name de vrijzinnigen kwamen in verzet.
Mannetjesputters hebben ook schaduwzijden
Het boek roept ook vragen bij mij op. Van Driel beschrijft De Groot als een mannetjesputter en duizendpoot. Hij was niet alleen een gerespecteerd hoogleraar Oude Testament. Zoals zoveel professoren van zijn generatie was hij volop kerkelijk en maatschappelijk actief. Hij bekleedde bestuursfuncties op het gebied van onderwijs en media. Vijf keer bezocht hij Palestina, een land dat voor hem het vijfde evangelie was, maar waarvan hij de toekomst somber inzag. Regelmatig was hij op de radio te horen. De Groot was een man die er voor ging. Wat hij deed, deed hij goed. Wel vraag ik mij af of hij niet teveel hooi op zich nam. Deed hij daar zijn gemeente en zijn gezin niet mee tekort? Toen er vragen rezen over predikanten In Groningen die teveel nevenactiviteiten hadden, pleitte De Groot voor vertrouwen en ruimte. Een dominee is niet alleen predikant in Groningen maar van heel de kerk, zo vond hij. Wel mag het ambtelijke werk niet lijden onder deze nevenactiviteiten. Dat is mooi gezegd maar zou dat niet meteen de reden zijn van de klachten over nevenactiviteiten? van Driel gaat daar mijns inziens wat te gemakkelijk voorbij aan de schaduwzijde van deze duizend poot en mannetjesputter.
Zijn theologische middenpositie
Omdat De Groot een middenpositie inneemt in de kerk is zijn theologische positie ook best complex. Niels van Driel beschrijft deze complexe positie (enerzijds-anderzijds positie) voortreffelijk in hoofdstuk 7 als volgt: Het Oude Testament waardeert De Groot zeer. Hij keurt de rigoureuze Schriftkritiek van Wellhausen af en lijkt moeite te hebben met diens bronnenkritiek. Mannen als Wellhausen snijden volgens De Groot de band tussen het Oude en Nieuwe Testament door. Echter een flink aantal teksten in het Oude Testament wijst, volgens hem, boven zichzelf (eigen tijd) uit en wijzen op Jezus.
De Groot vindt anderzijds wel dat de kerken vaak te makkelijk het Oude Testament lezen met het oog op het Nieuwe Testament. Zij verliezen het eigene van het Oude Testament uit het oog vanwege hun christelijke dogmatische lezing. De Groot wil zich ook niet vastpinnen op een inspiratieleer. Ook op dit punt neemt hij geen uitgesproken standpunt in. De Groot kan enerzijds zeggen dat bepaalde teksten aan het boek Jozua later zijn toegevoegd maar anderzijds vindt hij wel dat de Bijbel niet in het horizontale vlak moet worden uitgelegd. De verticale lijn, God, moet ruimschoots aan de orde komen. Dat doet de Schrift ook. Hoewel De Groot enerzijds bang is dat het christelijke dogma de Bijbel overruled, prijst hij toch de Heidelbergse catechismus aan.
Beoordeling
Dr. Niels van Driel heeft een gedegen biografie geschreven over Johan de Groot. Hij is daarbij beslist niet over een nacht ijs gegaan. Integendeel. Hij heeft alle mogelijke historische bronnen grondig onderzocht. Dat is de kracht van het boek maar hoewel het boek sprekende hoofdstuktitels heeft, is het doorgaans toch minder vlot geschreven. Van Driel is nu eenmaal geen Geert Mak. Om een vlot geschreven boek te schrijven moet je naast grondig historisch onderzoek ook een goede verteller zijn. Natuurlijk is het lastig die twee te verenigen maar als dat lukt is er mijns inziens sprake van een uitstekende biografie.
Daarnaast had Van Driel ook wel wat kritischer kunnen zijn richting Johan de Groot. Was hij geen workaholic? Hoe zou dat voor zijn vrouw geweest zijn? En hoe zouden gemeenteleden aangekeken hebben tegen al die nevenfuncties die De Groot vervulde? Was hij wellicht meer een leraar dan een herder? Markante personen hebben ook een schaduwzijde! Hoogst vermoedelijk was hij zich zeer bewust van zijn taken in het kerkelijke leven en werd hij opgeslokt door die taken.
Naast deze kanttekeningen, heeft Van Driel een prachtige biografie geschreven die het lezen waard is. Je krijgt een mooi inkijkje in de kerkelijke situatie van Hervormde kerk van destijds. Daarom: van harte aanbevolen.
ISBN 9789464551648
Prijs 39 Euro
Uitgeverij Verloren
Het boek is bestelbaar bij (klik op):
Ethisch hervormd