Nicolaas Beets is tegenwoordig vooral bekend als de auteur van de Camera Obscura (1839), de bundel schetsen en verhalen die hij onder het pseudoniem Hildebrand publiceerde. Maar hij was in de eerste plaats dichter. Lange tijd gold hij als een van de grootste dichters van Nederland. Het waren de jonge honden van de Tachtigers die hem onttroonden. Zij pleitten voor een ander soort poëzie, die niet moralistisch was.
Wie zich de moeite getroost om Beets’ verzen te lezen en bereid is zich in te leven in een voorgoed verzonken tijd, zal daarin veel moois ontdekken, zoals ‘De moerbeitoppen ruisten’, dat hij op hoge leeftijd schreef. Gerrit Komrij vond het een volmaakt vers. De bloemlezing In mijn dichten is mijn hart laat zien dat er in de poëzie van Beets veel meer pareltjes te vinden zijn.
In mijn dichten is mijn hart is verzorgd en ingeleid door Beets-biograaf Rick Honings.
'In dichten is mijn hart'' is een mooie selectie gedichten van Nicolaas Beets
Wie Nicolaas Beets was
Beets (1814-1903) was dichter, dominee en professor in Utrecht in de kerkgeschiedenis. In de 19de eeuw schreef hij als jongeman een bestseller: Camera obscura. Dat betekent: donkere kamer. In zo'n kamer werden de foto's ontwikkeld. In dat boek beschreef Beets alledaagse taferelen. Bijvoorbeeld ontmoetingen bij de barbier of over het zweetkamertje aan de universiteit van Leiden waar de bevende studenten werden bevraagd door de hooggeleerde professoren.
Daar dacht echter Gerrit Komrij (1944-2012), dichter en kenner van de gedichten in Nederland, anders over. Hij vond vooral het gedicht "De moerbijtoppen ruisten" een smetteloos gedicht. en nam het op in een bundel gedichten uit de 19de en 20ste eeuw. Professor Rick Honings is ook die mening toegedaan. Daarom verzorgde hij deze bundel. Beets dichtte graag. Dat verwoordde hij als volgt in een gedicht:
‘In mijn dichten is mijn hart,
Heeft mijn pen geschreven;
Ja, in vreugd en droefenis...".
Naar dat gedicht is deze dichtbundel vernoemd.
Een selectie van zijn gedichten
De gedichten zijn soms heel persoonlijk zoals: Mijn roos, Bij haar graf en Nagedachtenis. Deze gedichten gaan over zijn vrouw Aleide die beviel van een kind maar spoedig overleed. Overigens zijn er in deze bundel heel veel gedichten opgenomen over Aleide. Ook verwoordde hij de gevoelens van zijn kinderen bij het overlijden van Aleide in het gedicht: Nog te jong.
De gedichten geven ook een inkijkje in die tijd. Beets was geboren in Haarlem en dichtte: Het Haarlemmermeer, 1850. Koning Willem 1 had al in 1837 het besluit genomen dat dit drooggemaakt moest worden. In dit gedicht beschrijft hij de zware omstandigheden van de polderarbeiders die werkten aan de droogmaking.
Beets was een sociaal bewogen man. Hij dichtte ook: Een lied om bevrijding en Nog een lied om bevrijding. Beets was tegen de slavernij die hij in strijd achtte met het christelijke geloof. In zijn optiek was iedereen gelijkwaardig. In kerkelijk opzicht was hij geen partijman. Hij dichtte: Geen partijman. Hij wilde de hele kerk dienen: 'Een partijman wil ik niet wezen. 'k wil aan heel het volk behoren. Mijn ernstig woord, mijn vrolijk lied, Moet zijn voor aller hart een oren. Partijman wezen wil ik niet'.
Zijn mooiste gedicht
Dat staat achterin deze bundel. Dat gedicht dichtte hij op hoge leeftijd na een moeizaam leven. Hij verloor zijn geliefde Aleide en enige kinderen maar hij vond troost in zijn God.
Hij dichtte heel ferm
De moerbeitoppen ruisten;
God ging voorbij;
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij;
Sprak tot mij in de stille,
De stille nacht;
Gedachten, die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef hij zacht.
Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin;
'k Voelde in zijn vaderarmen
Mij koestren en beschermen,
En sluimerde in.
De morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij.
Plaats dicht gedicht is tegenover de van één van de Tachtigers, Willem Kloos. Die dichtte heel parmant: Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en 't al, naar rijks-geboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
Beets wist zich juist afhankelijk van zijn God. Kloos meende het zelf te kunnen redden en meende God te zijn die God niet nodig heeft.
Nog vele andere gedichten christelijke gedichten.
Deze bundel is maar een selectie uit zijn talloze gedichten. Veel gedichten zijn vergeten door toedoen van de Tachtigers. Maar Beets mag dat door de Tachtigers zijn afgeschreven. Toch zijn het vooral zijn christelijke gedichten die deze aanslag hebben overleefd. Bijvoorbeeld: Genade kleurt het morgenlicht. Maar ook het gedicht:
Niet klagen
Maar dragen
En vragen
Om kracht.
Een gedicht met vier verzen met woorden in de a-klank. Overigens doelt Beets hier op het gewone leven met als zijn beslommeringen. Niet op bijzondere situaties: verlies kind etc..
Wie kennis wil maken met de dichter Beets kan om deze bundel niet heen.
De gedichten zijn samengesteld door Rick Honings (1984).
Hij is neerlandicus en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is een specialist op het gebied van de negentiende-eeuwse Nederlandse en de Nederlands-Indische literatuur. Eerder publiceerde hij onder meer De dichter als idool. Literaire roem in de negentiende eeuw (2016) en De ontdekking van Insulinde. Op reis in Nederlands-Indië in de negentiende eeuw (2023). In januari 2026 verschijnt van zijn hand de biografie van Beets, God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets (1814-1903).
Het boek is bestelbaar bij:
In mijn dichten is mijn hart - Uitgeverij Prometheus
Wie zich de moeite getroost om Beets’ verzen te lezen en bereid is zich in te leven in een voorgoed verzonken tijd, zal daarin veel moois ontdekken, zoals ‘De moerbeitoppen ruisten’, dat hij op hoge leeftijd schreef. Gerrit Komrij vond het een volmaakt vers. De bloemlezing In mijn dichten is mijn hart laat zien dat er in de poëzie van Beets veel meer pareltjes te vinden zijn.
In mijn dichten is mijn hart is verzorgd en ingeleid door Beets-biograaf Rick Honings.
'In dichten is mijn hart'' is een mooie selectie gedichten van Nicolaas Beets
Wie Nicolaas Beets was
Beets (1814-1903) was dichter, dominee en professor in Utrecht in de kerkgeschiedenis. In de 19de eeuw schreef hij als jongeman een bestseller: Camera obscura. Dat betekent: donkere kamer. In zo'n kamer werden de foto's ontwikkeld. In dat boek beschreef Beets alledaagse taferelen. Bijvoorbeeld ontmoetingen bij de barbier of over het zweetkamertje aan de universiteit van Leiden waar de bevende studenten werden bevraagd door de hooggeleerde professoren.
- Zijn bekendste werk is de Camera Obscura, dat hij in 1839, nog net in zijn studententijd, publiceerde onder de schuilnaam Hildebrand. Aan latere drukken voegde hij nieuwe verhalen toe. De verhalen vormen samen een mild-ironisch maar treffend portret van de Hollandse burgerij in de negentiende eeuw. Het boek wordt nog altijd gelezen. Hildebrands verhaalfiguren, zoals Pieter Stastok en de heer Kegge, en uitdrukkingen als ‘hoe warm het was en hoe ver’ behoren tot het publieke Nederlandse cultuurbezit (bron: Nicolaas Beets)
Daar dacht echter Gerrit Komrij (1944-2012), dichter en kenner van de gedichten in Nederland, anders over. Hij vond vooral het gedicht "De moerbijtoppen ruisten" een smetteloos gedicht. en nam het op in een bundel gedichten uit de 19de en 20ste eeuw. Professor Rick Honings is ook die mening toegedaan. Daarom verzorgde hij deze bundel. Beets dichtte graag. Dat verwoordde hij als volgt in een gedicht:
‘In mijn dichten is mijn hart,
Heeft mijn pen geschreven;
Ja, in vreugd en droefenis...".
Naar dat gedicht is deze dichtbundel vernoemd.
Een selectie van zijn gedichten
De gedichten zijn soms heel persoonlijk zoals: Mijn roos, Bij haar graf en Nagedachtenis. Deze gedichten gaan over zijn vrouw Aleide die beviel van een kind maar spoedig overleed. Overigens zijn er in deze bundel heel veel gedichten opgenomen over Aleide. Ook verwoordde hij de gevoelens van zijn kinderen bij het overlijden van Aleide in het gedicht: Nog te jong.
De gedichten geven ook een inkijkje in die tijd. Beets was geboren in Haarlem en dichtte: Het Haarlemmermeer, 1850. Koning Willem 1 had al in 1837 het besluit genomen dat dit drooggemaakt moest worden. In dit gedicht beschrijft hij de zware omstandigheden van de polderarbeiders die werkten aan de droogmaking.
Beets was een sociaal bewogen man. Hij dichtte ook: Een lied om bevrijding en Nog een lied om bevrijding. Beets was tegen de slavernij die hij in strijd achtte met het christelijke geloof. In zijn optiek was iedereen gelijkwaardig. In kerkelijk opzicht was hij geen partijman. Hij dichtte: Geen partijman. Hij wilde de hele kerk dienen: 'Een partijman wil ik niet wezen. 'k wil aan heel het volk behoren. Mijn ernstig woord, mijn vrolijk lied, Moet zijn voor aller hart een oren. Partijman wezen wil ik niet'.
Zijn mooiste gedicht
Dat staat achterin deze bundel. Dat gedicht dichtte hij op hoge leeftijd na een moeizaam leven. Hij verloor zijn geliefde Aleide en enige kinderen maar hij vond troost in zijn God.
Hij dichtte heel ferm
De moerbeitoppen ruisten;
God ging voorbij;
Neen, niet voorbij, hij toefde;
Hij wist wat ik behoefde,
En sprak tot mij;
Sprak tot mij in de stille,
De stille nacht;
Gedachten, die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef hij zacht.
Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin;
'k Voelde in zijn vaderarmen
Mij koestren en beschermen,
En sluimerde in.
De morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij.
Plaats dicht gedicht is tegenover de van één van de Tachtigers, Willem Kloos. Die dichtte heel parmant: Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en 't al, naar rijks-geboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
Beets wist zich juist afhankelijk van zijn God. Kloos meende het zelf te kunnen redden en meende God te zijn die God niet nodig heeft.
Nog vele andere gedichten christelijke gedichten.
Deze bundel is maar een selectie uit zijn talloze gedichten. Veel gedichten zijn vergeten door toedoen van de Tachtigers. Maar Beets mag dat door de Tachtigers zijn afgeschreven. Toch zijn het vooral zijn christelijke gedichten die deze aanslag hebben overleefd. Bijvoorbeeld: Genade kleurt het morgenlicht. Maar ook het gedicht:
Niet klagen
Maar dragen
En vragen
Om kracht.
Een gedicht met vier verzen met woorden in de a-klank. Overigens doelt Beets hier op het gewone leven met als zijn beslommeringen. Niet op bijzondere situaties: verlies kind etc..
Wie kennis wil maken met de dichter Beets kan om deze bundel niet heen.
De gedichten zijn samengesteld door Rick Honings (1984).
Hij is neerlandicus en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Hij is een specialist op het gebied van de negentiende-eeuwse Nederlandse en de Nederlands-Indische literatuur. Eerder publiceerde hij onder meer De dichter als idool. Literaire roem in de negentiende eeuw (2016) en De ontdekking van Insulinde. Op reis in Nederlands-Indië in de negentiende eeuw (2023). In januari 2026 verschijnt van zijn hand de biografie van Beets, God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets (1814-1903).
Het boek is bestelbaar bij:
In mijn dichten is mijn hart - Uitgeverij Prometheus