Leeslint Jona
In dit leeslint bespreek ik boeken over Jona. Ik behandel niet alles maar dat wat mij raakte in het desbetreffende boek.
1 Als een duif naar het land Assur //Willem Barnard en Peter 't Riet.
Het boek Jona verklaard vanuit Tenach en rabbijnse traditie tegen de achtergrond van de tijd
In dit boek menen de schrijvers dat Jona een Midrasj is. Een soort wijze verklaring op allerlei eerdere Bijbelteksten ontstaan in de Perzische tijd.
Duidelijk is dat door deze visie de historiciteit van het boek in het geding is. De titel van het boek is een woordspeling op Hosea 11:11 "Zij zullen bevende komen als een vogel uit Egypte,
als een duif (Jona) uit het land Assyrië. Dan doe Ik hen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE". Israël wordt hier vergeleken met met duif. Dat gebeurt ook in Hooglied.
Hooglied 2:14 Mijn duif (Jona) in de kloven van de rots,
in de schuilplaats van de bergwand,
laat Mij uw gedaante zien,
laat Mij uw stem horen.
Hooglied 5:2 Ik sliep, maar mijn hart waakte.
De stem van mijn Liefste, Die aanklopte:
Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin,
Mijn duif (Jona), Mijn volmaakte,
want Mijn hoofd is vol dauw,
Mijn haarlokken vol druppels van de nacht.
Hooglied 6:9 zij is de enige, Mijn duif, Mijn volmaakte,
zij is de enige voor haar moeder,
de zuivere voor wie haar heeft gebaard.
Als de meisjes haar zien, prijzen zij haar gelukkig,
de koninginnen en bijvrouwen roemen haar.
Ook Asaf gebruikt een koosnaam voor Israël: Tortelduif (in Hebreeuws: tor)
Psalm 74:19 Geef aan de wilde dieren de ziel van Uw tortelduif niet over,
vergeet niet voor altijd het volk van Uw ellendigen.
Maar ook in Hosea komt dit beeld voor
Hosea 7:11 Efraïm is als een duif, onnozel, zonder verstand;
Egypte roepen zij te hulp, naar Assyrië gaan zij!
Maar er is wel een omkeer dankzij God
Hosea 11:11 Zij zullen bevende komen als een vogel uit Egypte,
als een duif uit het land Assyrië.
Dan doe Ik hen wonen in hun huizen,
spreekt de HEERE.
Jona gaat als een duif (Jona) naar Assur maar zal weer terug komen. Daar zal ook Israël naar toe moeten vanwege het afwijken van de HEERE. Toch zal Israël eens weer terug komen net als Jona (Hosea 11,11).
Dat Jona niet naar Nineve wilde was omdat Nineve een vreselijke stad was (Nahum 3,1) en de Assyriërs . waren zeer wreed in de oorlog. Ze spaarden niets en niemand. Deze historische context is nodig om Jona beter te verstaan. Tussen ons en Jona bevindt zich deze historische kloof. Wij vinden Jona hardvochtig maar hij is ook bang voor de macht van Nineve.
Jafo was waarschijnlijk een Fenicische stad en het schip voer naar Tarsis. Lag vermoedelijk is Spanje daar deed men drie jaren over. Jona zou als na drie dagen weer terug zijn...
Jona wordt door de Joden met Jom Kippoer gelezen. Op die dag wordt de zondebok door het lot aangewezen. In Jona 1,7 lezen we dat de zeelui loten wierpen en dat het lot op Jona viel (Overigens wordt Jezus niet aangewezen door het lot om Heiland te zijn en te lijden en sterven maat door God en Hij deed het zelf ook vrijwillig: Vader Ik ben gekomen om uw wil te doen).
In Jona 33,4 lezen we de prediking van Jona: nog 40 dagen en dan zal Nineve omgekeerd worden. Omkeren kan ook betekenen verandering van gezindheid. Er is een letterlijke omkeer maar ook een geestelijke omkeer. Dat laatste vond plaats want Nineve bekeerde. (Zie voor een geestelijke omkeer ten goede of te kwade Ex. 14,5 1 Sam. 10,6, Jes. 63,10, Ps. 30,12)
In Jona 4,2 Want geweten heb ik dat u een genadig God bent etc.. Hier worden de goede eigenschappen van God genoemd uit Ex. 34.7 God is traag tot toorn, geduldig. Gods geduld is er omdat Hij wil dat wij ons bekeren (2 Petrus 3,9).
2 Jona in de serie: Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel//Karel Deurloo
Jona bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 Jona roeping en weigering. Hoofdstuk 2 Jona 's gebed en de HEERE. Hoofdstuk 3 Jona opnieuw geroepen en de uitvoering van zijn taak. Hoofdstuk 4 Jona 's gebed en de HEERE. Waar de koning van Nineve zich afvroeg of God het kwaad wilde wenden en berouw zou hebben daar zegt Jona dat hij het wist dat de HEERE (Let op deze naam) berouw heeft. in zijn gebed tot de HEERE (4,2). Jona's prediking bestaat slechts uit vijf woorden maar de uitwerking is enorm. Ook begon hij in de stad te komen. Dus zijn werk, was een werk in beginsel.
Jona 3:3 Toen stond Jona op en ging naar Nineve, overeenkomstig het woord van de HEERE. Nineve was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee.
4. En Jona begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!
De koning: Jona 3:9 Wie weet zal God Zich omkeren, berouw hebben en Zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet omkomen!
Jona bad in zijn gebed: Jona 4:2 Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.
Tweeërlei reactie van Jona:
God deed het niet. Jona 4:1 Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van Jona en hij ontstak in woede.
Dat groeit er een wonderboom Jona 4:6 En de HEERE God beschikte een wonderboom en liet hem boven Jona opschieten, zodat er schaduw zou zijn boven zijn hoofd, om hem te bevrijden van zijn kwelling. Jona was erg blij met de wonderboom.
Jona had vreugde moeten hebben over de bekering van de stad Nineve... Jona gaat zitten in de schaduw van de wonderboom maar hij zou moeten gaan zitten in de schaduw van de Almachtige.
3 Verhalen over hoop Over Jona en Ruth// W.R van der Zee
Jona ziet op Pasen volgens Van der Zee. Jezus was evenals Jona drie dagen en nachten in het hard van de aarde Mattheüs 12, 40. En Ruth wordt gelezen binnen het Jodendom met het wekenfeest, ons Pinksteren. Ruth is de eersteling uit de heidenen. Ruth is ook een vrouwvriendelijk boek. Ruth is de moeder van David zo blijkt uit het slot van het boek. Jona wiens naam duif betekent vlucht weg van zijn roeping. Jona moest postduif zijn en naar Nineve gaan... Jona maakte zich niet gereed om te gaan zoals Abram gewillig ging en later Jezus. Nee Jona ontliep zijn roeping en hij vluchtte weg. Die vlucht was een diepe afdaling... niet alleen in het schip maar ook in de vis, een neerdaling naar de hel maar Jona mocht door Gods genade weer opstaan.
De stad Nineve keert zich om na de oordeelsboodschap van Jona. De prediking van Jona komt niet uit, letterlijke omkering maar aan en Nineve keert zich om... Deze omkeer is niet van onrecht nee meer van geweld (chamas). Mensenrechten worden met voeten getreden. De koning roept op om het geweld (chamas) weg te doen. Jona's theologie blijkt uit Jona's gebed. Jona vond het vreselijk dat God Nineve genadig was... Nineve verdiende wat anders. Jona voelde zich beter dan Nineve... Maar God straf niet naar de zonde waar een volk zich omkeert. Hij is dan genadig...
4 Traag tot toorn Een onderbelicht aspect van het oudtestamentisch godsbeeld// H.G.L Peels
In Exodus 34 staat een klein credo, geloofsbelijdenis die zich uitwaaiert in heel de Bijbel (zie Psalm 86,5, Joël 2,13) . Daar lezen we :5 Toen daalde de HEERE neer in een wolk, ging daar bij hem staan en riep de Naam van de HEERE uit.6. Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig (traag tot toorn, lankmoedig) en rijk aan goedertierenheid en trouw,7. Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.
Jona zei Ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig (traag tot toorn, lankmoedig) en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad. God spaarde dus Nineve maar niet voor altijd. Peels merkt op dat traag tot toorn/lankmoedig/geduldig niet wil zeggen dat die toorn nooit komt. Gods geduld moet leiden tot blijvende bekering. Dat was niet het geval met Nineve want ongeveer 80 jaar later merkt Nahum op
Nahum 1:2 Een na-ijverig God en een Wreker is de HEERE, aleph
een Wreker is de HEERE, en zeer grimmig.
Een Wreker is de HEERE voor Zijn tegenstanders,
en Hij handhaaft Zijn toorn jegens Zijn vijanden.
3. De HEERE is geduldig (traag tot toorn), maar groot van kracht
en Hij houdt de schuldige zeker niet voor onschuldig.
Een wreker is geen emotionele wraak. Nee de HEERE is geduldig maar er komt wel een einde aan als Nineve weer de oude weg inslaat. Exodus 34,7 tekent in vers 7 deze schaduwzijde van de HEERE. Ook zijn geduld houdt eens op. Uiteindelijk is Nineve toch verwoest.
Peels stelt in dit boekje een redevoering uit 2011 dat in de oudtestamentische wetenschap Gods lankmoedigheid onderbelicht is. Dit woord lankmoedig vertaalt Peels met traag tot toorn (dus niet: lang tot toorn. Peels stelt dat dit woord op cruciale momenten in de Schrift naar voren komt. Bijvoorbeeld in Exodus 34, de geschiedenis van het gouden kalf (Exodus 32-34).
Het komt in alle drie de delen van het Oude Testament voor: wet, profeten en geschriften (Psalmen). Maar ook in de 2de Petrus' brief (macrothumia). 2 Petrus 3:8-9: "Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld (macrothumia) met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen".
Het begrip lankmoedig, geduldig blijkt dus uit deze passage te zien op het uitstel van het oordeel waarna de nieuwe hemel en aarde komen zullen. Hoewel het woord lankmoedig schaars voorkomt in de Schrift, wellicht is het daardoor onderbelicht is de zaak wel aanwezig. Neem de zondeval. God had Adam en Eva meteen kunnen laten sterven. Toch doet Hij dat niet. Waarom? God komt nog met zijn reddingsplan. Dit geldt ook voor de zondvloed. God laat Noach nog jaren bouwen en prediken (Judas 1:14-15): "Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben".
Traag tot toorn laat zien dat Gods genade en Gods toorn asymmetrisch zijn. God is snel bereid te vergeven maar traag tot toorn. Hij heeft lust aan vergeven Zo lezen we Ezechiël 18:23 Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? spreekt de Heere HEERE. Is het niet, wanneer hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven? Micha 7:18: "Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid (chesed)". Traag tot toorn betekent niet dat God een loopje met zich laat nemen. God stelt de toorn vanwege onze goddeloosheid wel uit maar nooit af als wij ons niet bekeren tot Hem.
In dit leeslint bespreek ik boeken over Jona. Ik behandel niet alles maar dat wat mij raakte in het desbetreffende boek.
1 Als een duif naar het land Assur //Willem Barnard en Peter 't Riet.
Het boek Jona verklaard vanuit Tenach en rabbijnse traditie tegen de achtergrond van de tijd
In dit boek menen de schrijvers dat Jona een Midrasj is. Een soort wijze verklaring op allerlei eerdere Bijbelteksten ontstaan in de Perzische tijd.
Duidelijk is dat door deze visie de historiciteit van het boek in het geding is. De titel van het boek is een woordspeling op Hosea 11:11 "Zij zullen bevende komen als een vogel uit Egypte,
als een duif (Jona) uit het land Assyrië. Dan doe Ik hen wonen in hun huizen, spreekt de HEERE". Israël wordt hier vergeleken met met duif. Dat gebeurt ook in Hooglied.
Hooglied 2:14 Mijn duif (Jona) in de kloven van de rots,
in de schuilplaats van de bergwand,
laat Mij uw gedaante zien,
laat Mij uw stem horen.
Hooglied 5:2 Ik sliep, maar mijn hart waakte.
De stem van mijn Liefste, Die aanklopte:
Doe Mij open, Mijn zuster, Mijn vriendin,
Mijn duif (Jona), Mijn volmaakte,
want Mijn hoofd is vol dauw,
Mijn haarlokken vol druppels van de nacht.
Hooglied 6:9 zij is de enige, Mijn duif, Mijn volmaakte,
zij is de enige voor haar moeder,
de zuivere voor wie haar heeft gebaard.
Als de meisjes haar zien, prijzen zij haar gelukkig,
de koninginnen en bijvrouwen roemen haar.
Ook Asaf gebruikt een koosnaam voor Israël: Tortelduif (in Hebreeuws: tor)
Psalm 74:19 Geef aan de wilde dieren de ziel van Uw tortelduif niet over,
vergeet niet voor altijd het volk van Uw ellendigen.
Maar ook in Hosea komt dit beeld voor
Hosea 7:11 Efraïm is als een duif, onnozel, zonder verstand;
Egypte roepen zij te hulp, naar Assyrië gaan zij!
Maar er is wel een omkeer dankzij God
Hosea 11:11 Zij zullen bevende komen als een vogel uit Egypte,
als een duif uit het land Assyrië.
Dan doe Ik hen wonen in hun huizen,
spreekt de HEERE.
Jona gaat als een duif (Jona) naar Assur maar zal weer terug komen. Daar zal ook Israël naar toe moeten vanwege het afwijken van de HEERE. Toch zal Israël eens weer terug komen net als Jona (Hosea 11,11).
Dat Jona niet naar Nineve wilde was omdat Nineve een vreselijke stad was (Nahum 3,1) en de Assyriërs . waren zeer wreed in de oorlog. Ze spaarden niets en niemand. Deze historische context is nodig om Jona beter te verstaan. Tussen ons en Jona bevindt zich deze historische kloof. Wij vinden Jona hardvochtig maar hij is ook bang voor de macht van Nineve.
Jafo was waarschijnlijk een Fenicische stad en het schip voer naar Tarsis. Lag vermoedelijk is Spanje daar deed men drie jaren over. Jona zou als na drie dagen weer terug zijn...
Jona wordt door de Joden met Jom Kippoer gelezen. Op die dag wordt de zondebok door het lot aangewezen. In Jona 1,7 lezen we dat de zeelui loten wierpen en dat het lot op Jona viel (Overigens wordt Jezus niet aangewezen door het lot om Heiland te zijn en te lijden en sterven maat door God en Hij deed het zelf ook vrijwillig: Vader Ik ben gekomen om uw wil te doen).
In Jona 33,4 lezen we de prediking van Jona: nog 40 dagen en dan zal Nineve omgekeerd worden. Omkeren kan ook betekenen verandering van gezindheid. Er is een letterlijke omkeer maar ook een geestelijke omkeer. Dat laatste vond plaats want Nineve bekeerde. (Zie voor een geestelijke omkeer ten goede of te kwade Ex. 14,5 1 Sam. 10,6, Jes. 63,10, Ps. 30,12)
In Jona 4,2 Want geweten heb ik dat u een genadig God bent etc.. Hier worden de goede eigenschappen van God genoemd uit Ex. 34.7 God is traag tot toorn, geduldig. Gods geduld is er omdat Hij wil dat wij ons bekeren (2 Petrus 3,9).
2 Jona in de serie: Verklaring van de Hebreeuwse Bijbel//Karel Deurloo
Jona bestaat uit vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 Jona roeping en weigering. Hoofdstuk 2 Jona 's gebed en de HEERE. Hoofdstuk 3 Jona opnieuw geroepen en de uitvoering van zijn taak. Hoofdstuk 4 Jona 's gebed en de HEERE. Waar de koning van Nineve zich afvroeg of God het kwaad wilde wenden en berouw zou hebben daar zegt Jona dat hij het wist dat de HEERE (Let op deze naam) berouw heeft. in zijn gebed tot de HEERE (4,2). Jona's prediking bestaat slechts uit vijf woorden maar de uitwerking is enorm. Ook begon hij in de stad te komen. Dus zijn werk, was een werk in beginsel.
Jona 3:3 Toen stond Jona op en ging naar Nineve, overeenkomstig het woord van de HEERE. Nineve was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee.
4. En Jona begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!
De koning: Jona 3:9 Wie weet zal God Zich omkeren, berouw hebben en Zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet omkomen!
Jona bad in zijn gebed: Jona 4:2 Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad.
Tweeërlei reactie van Jona:
God deed het niet. Jona 4:1 Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van Jona en hij ontstak in woede.
Dat groeit er een wonderboom Jona 4:6 En de HEERE God beschikte een wonderboom en liet hem boven Jona opschieten, zodat er schaduw zou zijn boven zijn hoofd, om hem te bevrijden van zijn kwelling. Jona was erg blij met de wonderboom.
Jona had vreugde moeten hebben over de bekering van de stad Nineve... Jona gaat zitten in de schaduw van de wonderboom maar hij zou moeten gaan zitten in de schaduw van de Almachtige.
3 Verhalen over hoop Over Jona en Ruth// W.R van der Zee
Jona ziet op Pasen volgens Van der Zee. Jezus was evenals Jona drie dagen en nachten in het hard van de aarde Mattheüs 12, 40. En Ruth wordt gelezen binnen het Jodendom met het wekenfeest, ons Pinksteren. Ruth is de eersteling uit de heidenen. Ruth is ook een vrouwvriendelijk boek. Ruth is de moeder van David zo blijkt uit het slot van het boek. Jona wiens naam duif betekent vlucht weg van zijn roeping. Jona moest postduif zijn en naar Nineve gaan... Jona maakte zich niet gereed om te gaan zoals Abram gewillig ging en later Jezus. Nee Jona ontliep zijn roeping en hij vluchtte weg. Die vlucht was een diepe afdaling... niet alleen in het schip maar ook in de vis, een neerdaling naar de hel maar Jona mocht door Gods genade weer opstaan.
De stad Nineve keert zich om na de oordeelsboodschap van Jona. De prediking van Jona komt niet uit, letterlijke omkering maar aan en Nineve keert zich om... Deze omkeer is niet van onrecht nee meer van geweld (chamas). Mensenrechten worden met voeten getreden. De koning roept op om het geweld (chamas) weg te doen. Jona's theologie blijkt uit Jona's gebed. Jona vond het vreselijk dat God Nineve genadig was... Nineve verdiende wat anders. Jona voelde zich beter dan Nineve... Maar God straf niet naar de zonde waar een volk zich omkeert. Hij is dan genadig...
4 Traag tot toorn Een onderbelicht aspect van het oudtestamentisch godsbeeld// H.G.L Peels
In Exodus 34 staat een klein credo, geloofsbelijdenis die zich uitwaaiert in heel de Bijbel (zie Psalm 86,5, Joël 2,13) . Daar lezen we :5 Toen daalde de HEERE neer in een wolk, ging daar bij hem staan en riep de Naam van de HEERE uit.6. Toen de HEERE bij hem voorbijkwam, riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig (traag tot toorn, lankmoedig) en rijk aan goedertierenheid en trouw,7. Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht.
Jona zei Ik wist dat U een genadig en barmhartig God bent, geduldig (traag tot toorn, lankmoedig) en rijk aan goedertierenheid, Die berouw heeft over het kwaad. God spaarde dus Nineve maar niet voor altijd. Peels merkt op dat traag tot toorn/lankmoedig/geduldig niet wil zeggen dat die toorn nooit komt. Gods geduld moet leiden tot blijvende bekering. Dat was niet het geval met Nineve want ongeveer 80 jaar later merkt Nahum op
Nahum 1:2 Een na-ijverig God en een Wreker is de HEERE, aleph
een Wreker is de HEERE, en zeer grimmig.
Een Wreker is de HEERE voor Zijn tegenstanders,
en Hij handhaaft Zijn toorn jegens Zijn vijanden.
3. De HEERE is geduldig (traag tot toorn), maar groot van kracht
en Hij houdt de schuldige zeker niet voor onschuldig.
Een wreker is geen emotionele wraak. Nee de HEERE is geduldig maar er komt wel een einde aan als Nineve weer de oude weg inslaat. Exodus 34,7 tekent in vers 7 deze schaduwzijde van de HEERE. Ook zijn geduld houdt eens op. Uiteindelijk is Nineve toch verwoest.
Peels stelt in dit boekje een redevoering uit 2011 dat in de oudtestamentische wetenschap Gods lankmoedigheid onderbelicht is. Dit woord lankmoedig vertaalt Peels met traag tot toorn (dus niet: lang tot toorn. Peels stelt dat dit woord op cruciale momenten in de Schrift naar voren komt. Bijvoorbeeld in Exodus 34, de geschiedenis van het gouden kalf (Exodus 32-34).
Het komt in alle drie de delen van het Oude Testament voor: wet, profeten en geschriften (Psalmen). Maar ook in de 2de Petrus' brief (macrothumia). 2 Petrus 3:8-9: "Maar laat vooral dit u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Heere is als duizend jaar en duizend jaar als één dag. De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld (macrothumia) met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen".
Het begrip lankmoedig, geduldig blijkt dus uit deze passage te zien op het uitstel van het oordeel waarna de nieuwe hemel en aarde komen zullen. Hoewel het woord lankmoedig schaars voorkomt in de Schrift, wellicht is het daardoor onderbelicht is de zaak wel aanwezig. Neem de zondeval. God had Adam en Eva meteen kunnen laten sterven. Toch doet Hij dat niet. Waarom? God komt nog met zijn reddingsplan. Dit geldt ook voor de zondvloed. God laat Noach nog jaren bouwen en prediken (Judas 1:14-15): "Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben".
Traag tot toorn laat zien dat Gods genade en Gods toorn asymmetrisch zijn. God is snel bereid te vergeven maar traag tot toorn. Hij heeft lust aan vergeven Zo lezen we Ezechiël 18:23 Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? spreekt de Heere HEERE. Is het niet, wanneer hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven? Micha 7:18: "Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid vergeeft, Die voorbijgaat aan de overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid (chesed)". Traag tot toorn betekent niet dat God een loopje met zich laat nemen. God stelt de toorn vanwege onze goddeloosheid wel uit maar nooit af als wij ons niet bekeren tot Hem.