De complexe en moeizame Reformatie in de Nederlanden
Voorlopers van de Reformatie
Op 11 november 2026 hield Bart Jan Spruyt een lezing over de Reformatie in de Nederlanden. Deze Reformatie was vrij complex, zo bleek uit zijn lezing. Er waren diverse aanvoerlijnen die deze Reformatie voedden. Reeds aan het einde van de Middeleeuwen traden Johannes Hus op in Bohemen, met name Praag en John Wycliffe in Engeland. Hun geschriften sijpelden enigszins door in Nederlanden. Zij waren voorlopers van de Reformatie.
Maar zijn waren niet de enige voorlopers. Aan het einde van de Middeleeuwen kwam in de noordelijke Nederlanden zelf ook een nieuwe beweging op, de moderne Devotie. Een bekend persoon van deze groepering is Thomas A Kempis. Hij schreef de 'Navolging van Christus', een boek dat grote waardering kreeg. De 17de-eeuwse nadere reformator Gisbertus Voetius schreef nog een aanbevelend voorwoord in een herdruk van dit markante werk. De moderne devotie legde de nadruk op het praktische geloofsleven voor de gewone man en was wars van allerlei theologisch geneuzel (scholastiek). Geschriften gaven zij uit in de volkstaal en niet in het Latijn. Zo bereikten zij de gewone man. Zij verwarmden de Reformatie voor...
Maar er was nog een aanvoerlijn. In de Middeleeuwen waren er ook nog de zogenaamde mystici. Een bekende mysticus in de Nederlanden was bijvoorbeeld de Brabander Jan van Ruusbroec. De mystici stelden dat je rechtstreeks omgang met Jezus kunt hebben zonder het kerkelijk instituut. Volgens de Roomse kerk verliep de omgang met Jezus alleen via het sacrament van de eucharistie. Buiten de kerk was er geen zaligheid volgens de Roomse kerk. De mystici bestreden dit door middel van hun geloofspraktijk. Al deze voorlopers zorgden voor scheurtjes in machtige kerkelijke bolwerk! Het monopolie van de Roomse kerk op de waarheid begon af te brokkelen..
De grote breuk
Erasmus leverde kritiek op de kerk doordat hij de Griekse grondtekst uitgaf van het Nieuwe Testament. Luther maakte daar gebruik van. De Roomse kerk hanteerde alleen de Vulgata, de Latijnse Bijbel van Hieronymus (kerkvader in de 5de eeuw na Chr.). Maar daar stonden fouten in. Zo had de Vulgata: hoc EST corpus meum. Dit is mijn lichaam. In de Griekse grondtekst stond niet het werkwoord zijn. Er stond: Dit... mijn lichaam. Dat kan je ook vertalen: dit beeldt mijn lichaam uit. Overigens was er in de 9de eeuw na Chr. ook al het avondmaal in het geding. Toen waren er twee visies. Ratramus stelde dat Jezus toen hij zei tijdens het breken van het brood: "dit is mijn lichaam", dat dit beeldspraak is. Jezus zei immers ook: "Ik ben de ware wijnstok". Dat is ook beeldspraak. Radbertus verdedigde de transsubstantiatieleer. Het brood verandert wezenlijk in het lichaam van Christus als de priester zegt: hoc est corpus meum. In de 9de eeuw was er nog strijd in de kerk over de avondmaalleer maar in 1215 werd tijdens het tweede Lateraans concilie werd de transsubstantiatieleer de officiële leer van de kerk. Groeperingen die deze leer niet erkenden werden gezien als ketters.
Bij Luther ontstond de grote breuk. Al beweerde Luther dat toen hij de geschriften van Wessel Gansfort (1419-1489) las, dat als hij dat geweten had dan had hij niets hoeven te schrijven omdat Gansfort hem al voor was. Dit wel een wat overdreven reactie van Luther. Luther had wel degelijk wat extra's te bieden. Veelal waren eerdere hervormers vooral bezig met het hervormen van de levenswandel. De geestelijken waren volgens hen niet al te geestelijk maar te werelds. Luther stootte door tot de fundamenten van de kerk. De fundering, hoe men zalig wordt, deugde volgens hem niet. Zalig word je niet door een goede levenswandel maar door het geloof in Jezus die voor je zonden betaald heeft.
De moeizame Reformatie in de Nederlanden
Omdat de Nederlanden direct vielen onder het bewind van Karel de vijfde en geen vorsten hadden die de Reformatie steunden zoals in Duitsland kwam de Reformatie moeizaam opgang. Er was volop vervolging. In 1521 verbood Karel de vijfde protestantse boeken. Die moesten worden verbrand. Wie ze bezat kreeg problemen. Om dit te omzeilen werd de datum van een protestants boek voorzien van het jaartal 1520. Dus voor het verbod en er stond de naam op van een fictieve priester. Bovendien zou het gaan om Sermons, preken. Zo ontliep men vervolging en boekverbranding. Met de komst van stadhouder Willem van Oranje aan het einde van de 16de eeuw kreeg de Reformatie vaart.... Nu was er wel politiek en militaire steun (van het Oranjehuis zoals Maurits en de Dordtse synode) en dat heeft gezorgd voor de opkomst en bloei van de Gereformeerde kerk in Nederland.
Voorlopers van de Reformatie
Op 11 november 2026 hield Bart Jan Spruyt een lezing over de Reformatie in de Nederlanden. Deze Reformatie was vrij complex, zo bleek uit zijn lezing. Er waren diverse aanvoerlijnen die deze Reformatie voedden. Reeds aan het einde van de Middeleeuwen traden Johannes Hus op in Bohemen, met name Praag en John Wycliffe in Engeland. Hun geschriften sijpelden enigszins door in Nederlanden. Zij waren voorlopers van de Reformatie.
Maar zijn waren niet de enige voorlopers. Aan het einde van de Middeleeuwen kwam in de noordelijke Nederlanden zelf ook een nieuwe beweging op, de moderne Devotie. Een bekend persoon van deze groepering is Thomas A Kempis. Hij schreef de 'Navolging van Christus', een boek dat grote waardering kreeg. De 17de-eeuwse nadere reformator Gisbertus Voetius schreef nog een aanbevelend voorwoord in een herdruk van dit markante werk. De moderne devotie legde de nadruk op het praktische geloofsleven voor de gewone man en was wars van allerlei theologisch geneuzel (scholastiek). Geschriften gaven zij uit in de volkstaal en niet in het Latijn. Zo bereikten zij de gewone man. Zij verwarmden de Reformatie voor...
Maar er was nog een aanvoerlijn. In de Middeleeuwen waren er ook nog de zogenaamde mystici. Een bekende mysticus in de Nederlanden was bijvoorbeeld de Brabander Jan van Ruusbroec. De mystici stelden dat je rechtstreeks omgang met Jezus kunt hebben zonder het kerkelijk instituut. Volgens de Roomse kerk verliep de omgang met Jezus alleen via het sacrament van de eucharistie. Buiten de kerk was er geen zaligheid volgens de Roomse kerk. De mystici bestreden dit door middel van hun geloofspraktijk. Al deze voorlopers zorgden voor scheurtjes in machtige kerkelijke bolwerk! Het monopolie van de Roomse kerk op de waarheid begon af te brokkelen..
De grote breuk
Erasmus leverde kritiek op de kerk doordat hij de Griekse grondtekst uitgaf van het Nieuwe Testament. Luther maakte daar gebruik van. De Roomse kerk hanteerde alleen de Vulgata, de Latijnse Bijbel van Hieronymus (kerkvader in de 5de eeuw na Chr.). Maar daar stonden fouten in. Zo had de Vulgata: hoc EST corpus meum. Dit is mijn lichaam. In de Griekse grondtekst stond niet het werkwoord zijn. Er stond: Dit... mijn lichaam. Dat kan je ook vertalen: dit beeldt mijn lichaam uit. Overigens was er in de 9de eeuw na Chr. ook al het avondmaal in het geding. Toen waren er twee visies. Ratramus stelde dat Jezus toen hij zei tijdens het breken van het brood: "dit is mijn lichaam", dat dit beeldspraak is. Jezus zei immers ook: "Ik ben de ware wijnstok". Dat is ook beeldspraak. Radbertus verdedigde de transsubstantiatieleer. Het brood verandert wezenlijk in het lichaam van Christus als de priester zegt: hoc est corpus meum. In de 9de eeuw was er nog strijd in de kerk over de avondmaalleer maar in 1215 werd tijdens het tweede Lateraans concilie werd de transsubstantiatieleer de officiële leer van de kerk. Groeperingen die deze leer niet erkenden werden gezien als ketters.
Bij Luther ontstond de grote breuk. Al beweerde Luther dat toen hij de geschriften van Wessel Gansfort (1419-1489) las, dat als hij dat geweten had dan had hij niets hoeven te schrijven omdat Gansfort hem al voor was. Dit wel een wat overdreven reactie van Luther. Luther had wel degelijk wat extra's te bieden. Veelal waren eerdere hervormers vooral bezig met het hervormen van de levenswandel. De geestelijken waren volgens hen niet al te geestelijk maar te werelds. Luther stootte door tot de fundamenten van de kerk. De fundering, hoe men zalig wordt, deugde volgens hem niet. Zalig word je niet door een goede levenswandel maar door het geloof in Jezus die voor je zonden betaald heeft.
De moeizame Reformatie in de Nederlanden
Omdat de Nederlanden direct vielen onder het bewind van Karel de vijfde en geen vorsten hadden die de Reformatie steunden zoals in Duitsland kwam de Reformatie moeizaam opgang. Er was volop vervolging. In 1521 verbood Karel de vijfde protestantse boeken. Die moesten worden verbrand. Wie ze bezat kreeg problemen. Om dit te omzeilen werd de datum van een protestants boek voorzien van het jaartal 1520. Dus voor het verbod en er stond de naam op van een fictieve priester. Bovendien zou het gaan om Sermons, preken. Zo ontliep men vervolging en boekverbranding. Met de komst van stadhouder Willem van Oranje aan het einde van de 16de eeuw kreeg de Reformatie vaart.... Nu was er wel politiek en militaire steun (van het Oranjehuis zoals Maurits en de Dordtse synode) en dat heeft gezorgd voor de opkomst en bloei van de Gereformeerde kerk in Nederland.