Bonhoeffer gaf colleges in 1932-1933 over deze stof. Net voordat Hitler aan het bewind kwam.
De kracht van dit boek is dat Bonhoeffer Genesis 1-3 theologisch leest (Hij laat de historische vragen liggen alsof die onverschillig zijn). Door de val van Adam was er een tweede Adam nodig, Jezus. Hij wist de verzoeker van repliek te geven.
Bonhoeffer behandelt de drie verzoekingen van Jezus in de woestijn. Maar ook die van de gelovigen. Ook wij worden keer op keer verzocht en zo gaat de val ook ons aan. Door genade heeft God ons weer op onze voeten gezet maar satan probeert ons keer op keer ten val te brengen. Maar Jezus schiet ons te hulp... waar Adam viel kunnen wij door het geloof in Jezus de Triomfater staande blijven.
NB: Bonhoeffer ziet Genesis 1-2,4a en 2,4b-25 niet als twee verhalen over de schepping die elkaar tegenspreken. Hij ziet het als aanvullingen op elkaar. Het ene kan niet zonder het andere. Het om één zaak uit twee gezichtspunten.
DE DIEPE VAL VAN ADAM EN DE GEHEIME KRACHT VAN DE GELOVIGEN OM STAANDE TE BLIJVEN
De val van de mens en de gevolgen
De mens is gemaakt naar Gods beeld (Genesis 1,26). Al de andere schepselen staan op zichzelf maar God zag in de mens zichzelf. De val van de mens is dat de mens niet alleen Gods beeld (imago Dei) wilde vertonen maar aan God gelijk wilde zijn (sicut Dei). De satan beloofde dat de mens als God zou zijn. God had echter de mens gedreigd met de dood als hij zou eten. De mens tuint in de loze belofte van satan.
Gods beeld (imago Dei) vertonen betekent volgens Bonhoeffer vrijheid. Maar niet een op zichzelf staande vrijheid maar een vrijheid gebonden aan Gods woord. Vrij van jezelf om juist betrokken te zijn op de ander (naaste) en de Ander (God). De mens was heer en meester over de schepping. Na de val is de mens verslaaf geraakt. De mens heerst niet meer maar wordt beheerst. De mens is geheel afhankelijk van wat de aarde geeft. De techniek lijkt de oplossing om afhankelijk te worden maar de mens wordt weer slaaf van de techniek. De mens wil vrij zijn op zich een vrijheid voor zichzelf. Hij maakt zich niet vrij voor de ander zoals de mens bedoeld is. Zonder God en zonder broeder wordt de aarde een hel. Ook ontstaan er psychische problemen. Door de val schaamt Adam en zijn vrouw zich voor elkaar. Ze verbergen nu hun innerlijk voor de ander. De vrouw is niet meer de hulp, aanvulling van de man en de man is niet meer de heer van de vrouw zoals het bedoeld was.
De verzoeking van Christus
Christus is ook verzocht geweest door satan net als Adam. Hij die weet wat verzoekingen zijn leert de gelovigen bidden: "Leid ons niet in verzoeking.". De verzoeking van Jezus was in zijn menselijke vlees en geen schijnvertoning (dat krijg je als je alle nadruk legt op zijn Godheid) Bonhoeffer laat zich leiden door Hebreeën 4,15. Deze verzoeking van Jezus was oneindig zwaarder dan die van Adam. Jezus werd verzocht in zijn vlees. Toen hij honger had speelde de satan daar op in. Hij wordt ook geestelijk verzocht. Satan komt met het woord van God en verdraait dat door het uit de context te halen net als bij Adam. Maar Jezus blijft staande. Waar Adam viel in het prachtige paradijs waar niets ontbrak. Daar bleef Jezus staande in de woestijn waar werkelijk alles ontbrak.
De verzoeking van de gelovigen
Door het geloof in Jezus zijn de gelovigen ook instaat om de verzoeker af te wimpelen. Daar is wel de geestelijke wapenrusting voor nodig uit Efeze 6,10-20. De gelovige krijgt te maken met de verzoeking in het vlees. De wereld is verleidelijk. Alleen God kan de gelovige staande houden. God heeft de mens echter een ander hulp gegeven dan in het paradijs namelijk: Jezus. Waar de vrouw Adam meesleepte in de val is het Christus die de mens weer zet op de voeten van het geloof en staande houdt. Hij bidt voor hen en schiet door Zijn Geest hen keer op keer te hulp.
Behalve de vleselijke verzoeking is daar ook de geestelijke verzoeking. De satan blijft de valse exegeet. Niet alleen in het paradijs maar ook er na... Hij maakt de mens zeker (Securitas). Gods belofte zijn er niet alleen als je hebt gezondigd maar ook als je gaat zondigen. Dus ga je gang. Bekering en berouw zijn niet nodig. God vergeeft toch wel. Satan kan ook de zaak omkeren door te zeggen: God vergeeft niet jouw zonden. Die zijn te erg. Zo ontstaan er wanhoop (Desperatio).
Maar elke verzoeking van de gelovige is allereerst en allermeest de verzoeking van Jezus en elke overwinning is er dankzij de zege van Jezus. Ik eindig met een mooie uitspraak van Bonhoeffer: "Hun sterkte is Jezus. Hij schenkt aan weerloze de hemelse wapenrusting (...) Hij geeft ons het schild van het geloof in de hand, Hij zet ons de helm van heil op het hoofd, Hij geeft ons het zwaard van de Geest in de rechterhand. Het is het Christuskleed, het kleed van de overwinning, dat zijn strijdende gemeente aantrekt".