Sören Kierkegaard (1813-1855) de vader van de existentiefilosofie
Sören en zijn vader Michael
Op 25 maart hield Bart-Jan Spruyt een lezing op het Calvijncollege over Kierkegaard. Kierkegaard werd maar 42 jaar oud en heeft een zwaar leven gehad. In het schrijven kon hij zijn ei kwijt. Sören werd geboren in Kopenhagen, Denemarken. Zijn vader Michael was een zwaarmoedig man die ooit toen hij op Jutland in de koud de schapen van zijn ouders hoedde God vervloekte. Later moest hij ook trouwen. In die tijd was dat een grote schande. Die twee zaken maakte hem nog zwaarmoediger. Toch was Michael ook succesvol. Hij verdiende een groot vermogen aan de handel in textiel.
Een dubbele erfenis
Sören kreeg een dubbele erfenis. Hij erfde zowel de zwaarmoedigheid van zijn vader en als diens financiële vermogen. Daarbij was hij zeer intelligent en gevoelig. Dat zorgde er voor dat hij kritisch was op zijn tijd. Door het grote vermogen van zijn vader kon hij zich geheel toeleggen op zijn schrijverschap. Schrijven ging hij na zijn 27ste jaar en dit deed hij tot zijn sterfdag op 42 jarige leeftijd. Door zijn zwaarmoedigheid en hoge intelligentie doorzag hij de tijdgeest. Het was een geest van vooruitgangsdenken, Aan de universiteiten zette Hegel de toon. Die stelde dat de geschiedenis zich steeds hoger evolueerde. Eerst is er de these, dan de antithese en dan de synthese. Hij zag de Franse revolutie als een voorbeeld ervan.
Nooit getrouwd met zijn Regina
Wellicht om zijn schrijverschap en/of om zijn zwaarmoedigheid is hij nooit getrouwd met zijn verloofde Regina Olsen. Hij meende naar eigen zeggen dat hij haar zijn zwaarmoedigheid niet aan kon doen. Bovendien kon hij zo beter schrijven. Hij bracht daarom dit offer. Dit offer vergelijkt hij met het offer van Izak dat Abraham moest brengen in gehoorzaamheid aan God. Ook hij moest een offer brengen maar later realiseerde hij zich dat Abraham Izak terug kreeg. Dus zou dat ook niet zo zijn met Regina? Hij ging terug naar Kopenhagen maar toen bleek zij reeds getrouwd te zijn. Het offer was dus onomkeerbaar.
Studie theologie en promotie op Socrates
In zijn jeugdjaren was Sören niet erg serieus. Aanvankelijk ook niet als student. Hij ging theologie studeren en promoveerde op ironie bij Socrates. Socrates stelde kritische ironische vragen om zo de mensen te laten merken dat hun kennis maar schijn is om vervolgens samen met hen op zoek te gaan naar echte kennis. Dit heet positieve ironie. Er is ook negatieve ironie. Dan laat je iemand achter vertwijfeling zonder op zoek te gaan naar echte kennis.
Sören als kritisch denker net als Socrates op maatschappij maar vooral ook op de kerk
Sören paste dit toe in zijn tijd in zijn boeken. Hij zag een groot probleem in zijn tijd. De mens vervreemde van zichzelf. Hij was geen individu maar massamens in de kerk en cultuur. Daar hadden de universiteiten en de kerk schuld aan. Hij schreef drie beroemde werken: Vrees en beven. Het begrip angst. De ziekte tot de dood (twijfel). De mens heeft echter een ziel, een zelf en hoe verhoudt die ziel zich tot God het absolute? Dat kwam niet aan de orde bij Hegel en in de kerk. De Lutherse kerk was een ritueel geworden en sterk veruitwendigd. Je deed je ding en je liep mee in de kerkelijke plooi. Maar het innerlijke leven was er niet.
Drie stadia
In al zijn werken ging het Kierkegaard erom hoe je een echte christen wordt. Hij zag bij de mens drie fasen, stadia. De esthetische mens die houdt van genot en leeft voor zichzelf is het eerste stadium. Hij ziet het relatieve leven als een absolute waarheid. Het betrekkelijke leven is alles. De ethische mens, het tweede stadium leeft voor de ander en de inzet om de wereld te verbeteren. Maar die mens heeft geen weet van het absolute, God. Hij zet zijn kaart op het tijdelijke en vergeet het eeuwige. Dan volgt als het goed is de derde fase. Die valt uiteen in de religieuze fase. De mens komt te staan voor God, het absolute. Alles in het leven wordt nu relatief. Hij ontdekt wie hij is tegenover God, zondaar die in alles tekortschiet en dat volgt de christelijke fase waarin hij valt in de armen van zijn Verlosser Christus. Kenmerkend is het dat de mens zich steeds verstopt in het struikgewas (massa) net als Adam. Hij vreest er voor dat hij niets is dus vlucht hij weg van dat idee om weer wat te zijn als massamens. Dat is veiliger. Maar juist de ontdekking van het niets, het enkeling zijn, voor God drijft uit naar God, het absolute. Door die angst moet de mens heen volgens Kierkegaard (met vrees en beven).
Vader van de existentiefilosofie
Zo wordt Kierkegaard veelal genoemd. Maar toch is hij anders dan Sartre. Die wilde de mens bevrijden van de ander en van God. Sartre wierp de mens op zichzelf. Die mens moet de moed hebben zijn eigen bestaan vorm te geven en geen massamens worden (vader van LHBTI). Kierkegaard werpt de mens op God. De mens moet leren niets te wezen en God te vrezen. Maar de mens is steeds op vlucht... Enkeling worden gaat gepaard met angst en vrees maar het maakt je wel tot een beter mens. Het is het opheffen van al het tijdelijke en relatieve om te komen tot God en het absolute. Hier nadert Kierkegaard Luther. Maar zijn bewoording is die van een filosoof. Niet van een reformator die de Bijbel na-spreekt.
Zie ook Filosofische ontmoeting met Søren Kierkegaard - Filosofie in Den Haag
Søren Kierkegaard: Vader van Existentialisme en Geloof
Sören en zijn vader Michael
Op 25 maart hield Bart-Jan Spruyt een lezing op het Calvijncollege over Kierkegaard. Kierkegaard werd maar 42 jaar oud en heeft een zwaar leven gehad. In het schrijven kon hij zijn ei kwijt. Sören werd geboren in Kopenhagen, Denemarken. Zijn vader Michael was een zwaarmoedig man die ooit toen hij op Jutland in de koud de schapen van zijn ouders hoedde God vervloekte. Later moest hij ook trouwen. In die tijd was dat een grote schande. Die twee zaken maakte hem nog zwaarmoediger. Toch was Michael ook succesvol. Hij verdiende een groot vermogen aan de handel in textiel.
Een dubbele erfenis
Sören kreeg een dubbele erfenis. Hij erfde zowel de zwaarmoedigheid van zijn vader en als diens financiële vermogen. Daarbij was hij zeer intelligent en gevoelig. Dat zorgde er voor dat hij kritisch was op zijn tijd. Door het grote vermogen van zijn vader kon hij zich geheel toeleggen op zijn schrijverschap. Schrijven ging hij na zijn 27ste jaar en dit deed hij tot zijn sterfdag op 42 jarige leeftijd. Door zijn zwaarmoedigheid en hoge intelligentie doorzag hij de tijdgeest. Het was een geest van vooruitgangsdenken, Aan de universiteiten zette Hegel de toon. Die stelde dat de geschiedenis zich steeds hoger evolueerde. Eerst is er de these, dan de antithese en dan de synthese. Hij zag de Franse revolutie als een voorbeeld ervan.
Nooit getrouwd met zijn Regina
Wellicht om zijn schrijverschap en/of om zijn zwaarmoedigheid is hij nooit getrouwd met zijn verloofde Regina Olsen. Hij meende naar eigen zeggen dat hij haar zijn zwaarmoedigheid niet aan kon doen. Bovendien kon hij zo beter schrijven. Hij bracht daarom dit offer. Dit offer vergelijkt hij met het offer van Izak dat Abraham moest brengen in gehoorzaamheid aan God. Ook hij moest een offer brengen maar later realiseerde hij zich dat Abraham Izak terug kreeg. Dus zou dat ook niet zo zijn met Regina? Hij ging terug naar Kopenhagen maar toen bleek zij reeds getrouwd te zijn. Het offer was dus onomkeerbaar.
Studie theologie en promotie op Socrates
In zijn jeugdjaren was Sören niet erg serieus. Aanvankelijk ook niet als student. Hij ging theologie studeren en promoveerde op ironie bij Socrates. Socrates stelde kritische ironische vragen om zo de mensen te laten merken dat hun kennis maar schijn is om vervolgens samen met hen op zoek te gaan naar echte kennis. Dit heet positieve ironie. Er is ook negatieve ironie. Dan laat je iemand achter vertwijfeling zonder op zoek te gaan naar echte kennis.
Sören als kritisch denker net als Socrates op maatschappij maar vooral ook op de kerk
Sören paste dit toe in zijn tijd in zijn boeken. Hij zag een groot probleem in zijn tijd. De mens vervreemde van zichzelf. Hij was geen individu maar massamens in de kerk en cultuur. Daar hadden de universiteiten en de kerk schuld aan. Hij schreef drie beroemde werken: Vrees en beven. Het begrip angst. De ziekte tot de dood (twijfel). De mens heeft echter een ziel, een zelf en hoe verhoudt die ziel zich tot God het absolute? Dat kwam niet aan de orde bij Hegel en in de kerk. De Lutherse kerk was een ritueel geworden en sterk veruitwendigd. Je deed je ding en je liep mee in de kerkelijke plooi. Maar het innerlijke leven was er niet.
Drie stadia
In al zijn werken ging het Kierkegaard erom hoe je een echte christen wordt. Hij zag bij de mens drie fasen, stadia. De esthetische mens die houdt van genot en leeft voor zichzelf is het eerste stadium. Hij ziet het relatieve leven als een absolute waarheid. Het betrekkelijke leven is alles. De ethische mens, het tweede stadium leeft voor de ander en de inzet om de wereld te verbeteren. Maar die mens heeft geen weet van het absolute, God. Hij zet zijn kaart op het tijdelijke en vergeet het eeuwige. Dan volgt als het goed is de derde fase. Die valt uiteen in de religieuze fase. De mens komt te staan voor God, het absolute. Alles in het leven wordt nu relatief. Hij ontdekt wie hij is tegenover God, zondaar die in alles tekortschiet en dat volgt de christelijke fase waarin hij valt in de armen van zijn Verlosser Christus. Kenmerkend is het dat de mens zich steeds verstopt in het struikgewas (massa) net als Adam. Hij vreest er voor dat hij niets is dus vlucht hij weg van dat idee om weer wat te zijn als massamens. Dat is veiliger. Maar juist de ontdekking van het niets, het enkeling zijn, voor God drijft uit naar God, het absolute. Door die angst moet de mens heen volgens Kierkegaard (met vrees en beven).
Vader van de existentiefilosofie
Zo wordt Kierkegaard veelal genoemd. Maar toch is hij anders dan Sartre. Die wilde de mens bevrijden van de ander en van God. Sartre wierp de mens op zichzelf. Die mens moet de moed hebben zijn eigen bestaan vorm te geven en geen massamens worden (vader van LHBTI). Kierkegaard werpt de mens op God. De mens moet leren niets te wezen en God te vrezen. Maar de mens is steeds op vlucht... Enkeling worden gaat gepaard met angst en vrees maar het maakt je wel tot een beter mens. Het is het opheffen van al het tijdelijke en relatieve om te komen tot God en het absolute. Hier nadert Kierkegaard Luther. Maar zijn bewoording is die van een filosoof. Niet van een reformator die de Bijbel na-spreekt.
Zie ook Filosofische ontmoeting met Søren Kierkegaard - Filosofie in Den Haag
Søren Kierkegaard: Vader van Existentialisme en Geloof