(De hele Verklaring, inclusief Aanleiding en Achtergrond is te vinden op www.ngk.nl)
'In de verzuilde samenleving van voor en na de Tweede Wereldoorlog werden overal ‘absolute’ posities ingenomen en verdedigd. En terwijl de eerste voortekenen zich begonnen aan te dienen van het afscheid van het moderne denken dat vanuit de Verlichting zolang de toon had gezet, hebben ook wij als kerk na de oorlog nog eenmaal een groot systeem opgebouwd en opgetuigd: wat we inmiddels zijn gaan noemen: ‘Het Klimaat van het Absolute’.
Hier is geen sprake van de schuld van iemand, één persoon, of een kleine of grotere groep bij wie de verantwoordelijkheid voor deze ontwikkeling zouden kunnen neerleggen. We hebben dit samen gedaan, we leefden allemaal in die sfeer, en we dragen er samen verantwoordelijkheid voor dat er een klimaat kon ontstaan in de kerken, waarin meningen en overtuigingen werden tot de raderen waartussen geliefde kinderen van God beschadigd zijn geraakt, naar ziel en lichaam beide.
Tot op zekere hoogte kunnen we begrijpen waarom dat tóén gebeurde, en waarom het zó gebeurde. Zoals er wel meer dingen zijn waarvan we kunnen begrijpen hoe en waarom ze in voorbije tijden gepraktiseerd zijn, goedgekeurd en verdedigd, ook door kerken die zichzelf als strikt orthodox beschouwden. Het is niet onze taak om de motieven en beweegredenen van het voorgeslacht in twijfel te trekken. Toch moeten we achteraf zeggen: Het was niet goed. Wij hadden als kerken meer op onze hoede moeten zijn voor het klimaat van het absolute.'
Henk Karssenberg schreef op LinkedIn het volgende:
Zonder enige nuance wordt het klimaat in de GKV vanaf 1967, maar eigenlijk al vanaf 1944 aangeduid, als beheerst door meningen en overtuigingen, die schadelijk waren. Dat er ook een strijd gaande was om de betrouwbaarheid van de Schrift, zoals na-gesproken in de gereformeerde belijdenis wordt ten enenmale verzwegen. Alles wordt op de noemer van 'het absolute' gebracht.
Het is duidelijk, waar het hart van deze Synode zit. Niet bij handhaving van de gezonde leer, maar bij aansluiting bij het Relatieve. Dat blijkt ook uit de overhaaste aansluiting bij de Raad van Kerken.
'In de verzuilde samenleving van voor en na de Tweede Wereldoorlog werden overal ‘absolute’ posities ingenomen en verdedigd. En terwijl de eerste voortekenen zich begonnen aan te dienen van het afscheid van het moderne denken dat vanuit de Verlichting zolang de toon had gezet, hebben ook wij als kerk na de oorlog nog eenmaal een groot systeem opgebouwd en opgetuigd: wat we inmiddels zijn gaan noemen: ‘Het Klimaat van het Absolute’.
Hier is geen sprake van de schuld van iemand, één persoon, of een kleine of grotere groep bij wie de verantwoordelijkheid voor deze ontwikkeling zouden kunnen neerleggen. We hebben dit samen gedaan, we leefden allemaal in die sfeer, en we dragen er samen verantwoordelijkheid voor dat er een klimaat kon ontstaan in de kerken, waarin meningen en overtuigingen werden tot de raderen waartussen geliefde kinderen van God beschadigd zijn geraakt, naar ziel en lichaam beide.
Tot op zekere hoogte kunnen we begrijpen waarom dat tóén gebeurde, en waarom het zó gebeurde. Zoals er wel meer dingen zijn waarvan we kunnen begrijpen hoe en waarom ze in voorbije tijden gepraktiseerd zijn, goedgekeurd en verdedigd, ook door kerken die zichzelf als strikt orthodox beschouwden. Het is niet onze taak om de motieven en beweegredenen van het voorgeslacht in twijfel te trekken. Toch moeten we achteraf zeggen: Het was niet goed. Wij hadden als kerken meer op onze hoede moeten zijn voor het klimaat van het absolute.'
Henk Karssenberg schreef op LinkedIn het volgende:
Zonder enige nuance wordt het klimaat in de GKV vanaf 1967, maar eigenlijk al vanaf 1944 aangeduid, als beheerst door meningen en overtuigingen, die schadelijk waren. Dat er ook een strijd gaande was om de betrouwbaarheid van de Schrift, zoals na-gesproken in de gereformeerde belijdenis wordt ten enenmale verzwegen. Alles wordt op de noemer van 'het absolute' gebracht.
Het is duidelijk, waar het hart van deze Synode zit. Niet bij handhaving van de gezonde leer, maar bij aansluiting bij het Relatieve. Dat blijkt ook uit de overhaaste aansluiting bij de Raad van Kerken.