Was Geert Grote werkelijk een sombere man?
In het park dat grenst aan het kasteel in Bad Bentheim stonden mijn vrouw, mijn dochter en ik tijdens onze vakantie even te schuilen voor een kortstondige regenbui. Een wat ouder echtpaar stond vlakbij ons. Ik vroeg waar ze vandaan kwamen. Dat bleek Deventer te zijn. We kregen daardoor een wederzijds gesprek. In dat gesprek merkte ik op dat Deventer de stad is van Geert Grote en dat er een eigentijds museum over hem is waar wij jaren geleden geweest zijn. De vrouw vertelde met een glimlach op haar gezicht dat er voor dit museum koperen beelden staan van een broeder en zuster van ‘het gemene (gewone) leven’. Die beelden had haar man gemaakt. Hij knikte instemmend.
Toen we daarna terugliepen naar de auto merkte mijn vrouw op dat de kunstenaar in ons gesprek had gezegd dat Geert Grote een sombere man was. Dat had ik ook gehoord maar ik had er geen aandacht aan geschonken. ‘Wat zou de reden kunnen zijn dat hij dit zei?’, vroeg mijn vrouw. Ik had er niet meteen een antwoord op maar die vraag triggerde mij. Ik ging op onderzoek uit en het resultaat wil ik met jullie delen.
Maar even een disclaimer. Beter zou het natuurlijk geweest zijn om dit de kunstenaar zelf te vragen maar dat is nogal een gedoe. Het antwoord dat ik geef is daarom meer een algemeen antwoord namelijk hoe moderne mensen tegen Geert Grote aankijken.
Nog wat. Om de vraag die mijn vrouw stelde goed te kunnen beantwoorden, is het nodig om globaal te weten wie Geert Grote was. Daarom volgt eerst een korte kennismaking met Geert Grote voor ik de vraag beantwoord.
Geert Grote werd geboren in oktober 1340 in Deventer als zoon van de welgestelde lakenkoopman Werner Grote. Hij verloor op jonge leeftijd beide ouders aan de pest. Om die reden werd opgevoed door zijn oom. Geert was een heel knappe kop. In Deventer volgde hij onderwijs aan de kapittelschool en hij studeerde vanaf 1355 aan de Sorbonne in Parijs, waar hij geneeskunde, filosofie, astrologie en later theologie en kerkelijk recht bestudeerde. Na zijn studie bekleedde hij belangrijke kerkelijke functies, onder andere als kanunnik in Aken en Utrecht. Een ernstige ziekte echter in 1372 zorgde voor een grote geestelijke omkering. Hij verbrak daardoor zijn wereldse en luxe leven en hij gaf zelfs zijn kerkelijke ambten op. Hij ging zich nu wijden aan een eenvoudig en oprecht leven met God en hij ging praktisch preken voor leken.
Zijn prediking was profetisch kritisch en recht op de man af. Hij preekte niet in het Latijn maar in de volkstaal en als klap op de vuurpijl, hij bekritiseerde misstanden binnen de kerk. Ook streefde hij naar eenvoud en een persoonlijk toewijding aan God.
Hij kreeg door deze praktische prediking die hij in allerlei steden hield veel volgelingen en om die reden stichtte hij de Broeders en Zusters van Het Gemene (gewone) Leven, een beweging die bekendstaat als de Moderne Devotie (toewijding). Een beweging die nadruk legde op innerlijke vroomheid en een praktisch christendom, zoals de zorg voor de armen, in het gewone leven. In plaats van je terugtrekken in kloosters achtte Grote het beter om je vroomheid in te zetten voor de hele maatschappij. Dat was nieuw en dus modern.
Zijn ideeën verspreidden zich snel door Europa en vormden een warming-up voor de Reformatie. Geert Grote wordt daarom vaak gezien als één van de voorlopers van de Reformatie. Op 20 augustus 1384 overleed Geert Grote in Deventer aan de pest net als zijn ouders. Hij werd slechts 43 jaar oud maar zijn gedachtegoed raakte veel mensen voor een zeer lange periode. Hij inspireerde Thomas a Kempis de man die de beroemde Navolging van Christus schreef en die ook een biografie schreef over Geert Grote, zijn inspirerende voorganger.
Nu we globaal weten wie Geert Grote is, kunnen we de vraag proberen te beantwoorden waarom moderne mensen, zoals bijvoorbeeld die kunstenaar, Geert Grote een sombere man vinden.
We zagen in onze korte biografie over het leven van Geert Grote dat we zijn leven kunnen indelen in twee perioden. Grote leidde , zo zagen we, een luxe en werelds leven voor zijn radicale bekering en een toegewijd leven aan God na zijn bekering. Het is niet ondenkbaar dat moderne seculiere mensen de eerste periode van het leven van Grote begrijpen. Je leef nu eenmaal maar één keer.
Toch zullen er ook seculiere mensen zijn die de tweede periode van Geert Grote bewonderen. Dat is ook de reden dat er een museum is over hem in Deventer. Grote durfde de misstanden van de kerk aan te kaarten. Hij was dus geen mooiprater en hij kwam op voor de armen en verdrukten. Dat spreekt seculiere mensen aan. Bovendien stond zijn beweging open voor gewone vrouwen. Hij was dus vrouwvriendelijk.
Om Geert Grote nog beter te begrijpen volgt nog even een stukje geschiedenis. Thomas a Kempis beschreef in zijn biografie Het Leven van Geert Grote dat Geert in sobere kleding liep. Hij hield niet van opsmuk. Ook fulmineerde Grote tegen de Domkerk in Utrecht. Hij schreef in 1379 zelfs een geschrift in het Latijn om hierover zijn mening in het openbaar kenbaar te maken met als titel Tegen overbodige grote gebouwen, tegen de toren van Utrecht.
In dit geschrift stelt Grote dat de Domkerk in Utrecht niet alleen overmatig groot was maar deze megakathedraal had bovendien ook nog een veel te hoge toren. Zo’n hoge toren voegt niets toe aan de kerk, meende Grote. Deze toren deed Geert qua hoogte denken aan de toren van Babel. Grote vond dat men dat geld, dat men had uitgegeven voor deze toren, beter kon besteden aan de armenzorg. Deze toren was, zo zei hij onomwonden, puur een machtssymbool van de bisschoppen. Krasse taal dus.
De meeste mensen zullen ook dit een goed punt vinden van Grote. Echter daar bleef het niet bij. Grote leverde ook forse kritiek op de kunst in zijn algemeenheid. Kunst hoorde niet protserig en groots te zijn maar diende in dienst te staan van de toewijding aan God. Moderne abstracte kunst in onze tijd gebaseerd op zelfexpressie zou hij verfoeien. Kunst heeft maar één doel namelijk het eren van God als onze Schepper. Opschepperige kunst leidt de mens af van dit doel. Het is een en al hoogmoed, zo vond hij.
De Stichting Geert Grote heeft dit goed begrepen. Om die reden hebben zij geen beeld laten plaatsen van Geert Grote voor het museum in Deventer. Dat zou hij pertinent niet gewild hebben. In plaats daarvan staan er koperen beelden van een zuster en broeder van Het Gemene (gewone) Leven. Zij als leken staan centraal. Het ging Grote om de gewone man en vrouw niet om de geestelijken in dure kleding. Dat leidt af van de kern waar het omgaat.
Ongetwijfeld zijn er mensen in onze dagen die Grote te somber vinden. Zij vinden het onbegrijpelijk dat Grote die een vermogend man was zo sober leefde in navolging van zijn Heiland Jezus. In de kunstwereld zal hij ook discutabel zijn. Het ging hem niet om esthetisch vermaak of kunst om de kunst nog minder om de roem voor de kunstenaar. Kunst heeft een zeer dienende taak volgens hem.
Grote keurde bovendien alle vormen van uiterlijk vertoon, wereldse ijdelheid, rijkdom en hoogmoed af omdat die ten koste gingen van innerlijke vroomheid. De moderne kunst weet wel van innerlijke expressie die een kunstenaar nodig heeft om kunst te scheppen maar kent deze innerlijke vroomheid niet. Dat schept afstand. Het is nogal een verschil om je innerlijk in te zetten om kunst te scheppen of je innerlijk te laten vormen door Gods Woord en door Jezus en om jezelf klein te maken voor God om zo anderen te dienen en dezelfde nederig weg te gaan die Jezus ging.
En laten we vooral eerlijk zijn. Nadenken over jezelf en mediteren over God is nu eenmaal niet de sterkste kant van de seculiere mens in onze tijd. Bovendien is het de vraag of wij als 21e_eeuwse christenen stiekem Grote ook niet wat te ingetogen vinden. Leven wij als christenen ook vaak niet te pompeus en vinden wij Grote wellicht ook niet te rigoureus, te sober of zelfs te somber? Gaan ook wij niet op in veel uiterlijk vertoon, de verlokking en verleiding van deze wereld? En verwaarlozen wij daardoor ook niet ons innerlijke leven en onze omgang met God? Zo houdt Geert Grote niet alleen de seculiere mens een spiegel voor maar ook ons als christenen.
In het park dat grenst aan het kasteel in Bad Bentheim stonden mijn vrouw, mijn dochter en ik tijdens onze vakantie even te schuilen voor een kortstondige regenbui. Een wat ouder echtpaar stond vlakbij ons. Ik vroeg waar ze vandaan kwamen. Dat bleek Deventer te zijn. We kregen daardoor een wederzijds gesprek. In dat gesprek merkte ik op dat Deventer de stad is van Geert Grote en dat er een eigentijds museum over hem is waar wij jaren geleden geweest zijn. De vrouw vertelde met een glimlach op haar gezicht dat er voor dit museum koperen beelden staan van een broeder en zuster van ‘het gemene (gewone) leven’. Die beelden had haar man gemaakt. Hij knikte instemmend.
Toen we daarna terugliepen naar de auto merkte mijn vrouw op dat de kunstenaar in ons gesprek had gezegd dat Geert Grote een sombere man was. Dat had ik ook gehoord maar ik had er geen aandacht aan geschonken. ‘Wat zou de reden kunnen zijn dat hij dit zei?’, vroeg mijn vrouw. Ik had er niet meteen een antwoord op maar die vraag triggerde mij. Ik ging op onderzoek uit en het resultaat wil ik met jullie delen.
Maar even een disclaimer. Beter zou het natuurlijk geweest zijn om dit de kunstenaar zelf te vragen maar dat is nogal een gedoe. Het antwoord dat ik geef is daarom meer een algemeen antwoord namelijk hoe moderne mensen tegen Geert Grote aankijken.
Nog wat. Om de vraag die mijn vrouw stelde goed te kunnen beantwoorden, is het nodig om globaal te weten wie Geert Grote was. Daarom volgt eerst een korte kennismaking met Geert Grote voor ik de vraag beantwoord.
Geert Grote werd geboren in oktober 1340 in Deventer als zoon van de welgestelde lakenkoopman Werner Grote. Hij verloor op jonge leeftijd beide ouders aan de pest. Om die reden werd opgevoed door zijn oom. Geert was een heel knappe kop. In Deventer volgde hij onderwijs aan de kapittelschool en hij studeerde vanaf 1355 aan de Sorbonne in Parijs, waar hij geneeskunde, filosofie, astrologie en later theologie en kerkelijk recht bestudeerde. Na zijn studie bekleedde hij belangrijke kerkelijke functies, onder andere als kanunnik in Aken en Utrecht. Een ernstige ziekte echter in 1372 zorgde voor een grote geestelijke omkering. Hij verbrak daardoor zijn wereldse en luxe leven en hij gaf zelfs zijn kerkelijke ambten op. Hij ging zich nu wijden aan een eenvoudig en oprecht leven met God en hij ging praktisch preken voor leken.
Zijn prediking was profetisch kritisch en recht op de man af. Hij preekte niet in het Latijn maar in de volkstaal en als klap op de vuurpijl, hij bekritiseerde misstanden binnen de kerk. Ook streefde hij naar eenvoud en een persoonlijk toewijding aan God.
Hij kreeg door deze praktische prediking die hij in allerlei steden hield veel volgelingen en om die reden stichtte hij de Broeders en Zusters van Het Gemene (gewone) Leven, een beweging die bekendstaat als de Moderne Devotie (toewijding). Een beweging die nadruk legde op innerlijke vroomheid en een praktisch christendom, zoals de zorg voor de armen, in het gewone leven. In plaats van je terugtrekken in kloosters achtte Grote het beter om je vroomheid in te zetten voor de hele maatschappij. Dat was nieuw en dus modern.
Zijn ideeën verspreidden zich snel door Europa en vormden een warming-up voor de Reformatie. Geert Grote wordt daarom vaak gezien als één van de voorlopers van de Reformatie. Op 20 augustus 1384 overleed Geert Grote in Deventer aan de pest net als zijn ouders. Hij werd slechts 43 jaar oud maar zijn gedachtegoed raakte veel mensen voor een zeer lange periode. Hij inspireerde Thomas a Kempis de man die de beroemde Navolging van Christus schreef en die ook een biografie schreef over Geert Grote, zijn inspirerende voorganger.
Nu we globaal weten wie Geert Grote is, kunnen we de vraag proberen te beantwoorden waarom moderne mensen, zoals bijvoorbeeld die kunstenaar, Geert Grote een sombere man vinden.
We zagen in onze korte biografie over het leven van Geert Grote dat we zijn leven kunnen indelen in twee perioden. Grote leidde , zo zagen we, een luxe en werelds leven voor zijn radicale bekering en een toegewijd leven aan God na zijn bekering. Het is niet ondenkbaar dat moderne seculiere mensen de eerste periode van het leven van Grote begrijpen. Je leef nu eenmaal maar één keer.
Toch zullen er ook seculiere mensen zijn die de tweede periode van Geert Grote bewonderen. Dat is ook de reden dat er een museum is over hem in Deventer. Grote durfde de misstanden van de kerk aan te kaarten. Hij was dus geen mooiprater en hij kwam op voor de armen en verdrukten. Dat spreekt seculiere mensen aan. Bovendien stond zijn beweging open voor gewone vrouwen. Hij was dus vrouwvriendelijk.
Om Geert Grote nog beter te begrijpen volgt nog even een stukje geschiedenis. Thomas a Kempis beschreef in zijn biografie Het Leven van Geert Grote dat Geert in sobere kleding liep. Hij hield niet van opsmuk. Ook fulmineerde Grote tegen de Domkerk in Utrecht. Hij schreef in 1379 zelfs een geschrift in het Latijn om hierover zijn mening in het openbaar kenbaar te maken met als titel Tegen overbodige grote gebouwen, tegen de toren van Utrecht.
In dit geschrift stelt Grote dat de Domkerk in Utrecht niet alleen overmatig groot was maar deze megakathedraal had bovendien ook nog een veel te hoge toren. Zo’n hoge toren voegt niets toe aan de kerk, meende Grote. Deze toren deed Geert qua hoogte denken aan de toren van Babel. Grote vond dat men dat geld, dat men had uitgegeven voor deze toren, beter kon besteden aan de armenzorg. Deze toren was, zo zei hij onomwonden, puur een machtssymbool van de bisschoppen. Krasse taal dus.
De meeste mensen zullen ook dit een goed punt vinden van Grote. Echter daar bleef het niet bij. Grote leverde ook forse kritiek op de kunst in zijn algemeenheid. Kunst hoorde niet protserig en groots te zijn maar diende in dienst te staan van de toewijding aan God. Moderne abstracte kunst in onze tijd gebaseerd op zelfexpressie zou hij verfoeien. Kunst heeft maar één doel namelijk het eren van God als onze Schepper. Opschepperige kunst leidt de mens af van dit doel. Het is een en al hoogmoed, zo vond hij.
De Stichting Geert Grote heeft dit goed begrepen. Om die reden hebben zij geen beeld laten plaatsen van Geert Grote voor het museum in Deventer. Dat zou hij pertinent niet gewild hebben. In plaats daarvan staan er koperen beelden van een zuster en broeder van Het Gemene (gewone) Leven. Zij als leken staan centraal. Het ging Grote om de gewone man en vrouw niet om de geestelijken in dure kleding. Dat leidt af van de kern waar het omgaat.
Ongetwijfeld zijn er mensen in onze dagen die Grote te somber vinden. Zij vinden het onbegrijpelijk dat Grote die een vermogend man was zo sober leefde in navolging van zijn Heiland Jezus. In de kunstwereld zal hij ook discutabel zijn. Het ging hem niet om esthetisch vermaak of kunst om de kunst nog minder om de roem voor de kunstenaar. Kunst heeft een zeer dienende taak volgens hem.
Grote keurde bovendien alle vormen van uiterlijk vertoon, wereldse ijdelheid, rijkdom en hoogmoed af omdat die ten koste gingen van innerlijke vroomheid. De moderne kunst weet wel van innerlijke expressie die een kunstenaar nodig heeft om kunst te scheppen maar kent deze innerlijke vroomheid niet. Dat schept afstand. Het is nogal een verschil om je innerlijk in te zetten om kunst te scheppen of je innerlijk te laten vormen door Gods Woord en door Jezus en om jezelf klein te maken voor God om zo anderen te dienen en dezelfde nederig weg te gaan die Jezus ging.
En laten we vooral eerlijk zijn. Nadenken over jezelf en mediteren over God is nu eenmaal niet de sterkste kant van de seculiere mens in onze tijd. Bovendien is het de vraag of wij als 21e_eeuwse christenen stiekem Grote ook niet wat te ingetogen vinden. Leven wij als christenen ook vaak niet te pompeus en vinden wij Grote wellicht ook niet te rigoureus, te sober of zelfs te somber? Gaan ook wij niet op in veel uiterlijk vertoon, de verlokking en verleiding van deze wereld? En verwaarlozen wij daardoor ook niet ons innerlijke leven en onze omgang met God? Zo houdt Geert Grote niet alleen de seculiere mens een spiegel voor maar ook ons als christenen.